Ritchie Blackmore

'Ik sta ervan te kijken dat sommige mensen niets willen veranderen'


Ritchie Blackmore is bezig aan zijn tweede jeugd. Wist de magic master van de stratocaster binnen zijn gereanimeerde groep vorig jaar al te verrassen met een frissere sound, op zijn nieuwe CD slaat hij zelfs een geheel andere weg in.

Gewapend met een akoestische gitaar gaat Ridder Ritchie ditmaal de strijd aan met middeleeuws-klassieke thema's en folkdeuntjes. Daarbij laat hij zich behalve door synthesizers en een incidentele drumcomputer bijstaan door een schone jonkvrouwe: zangeres en tekstschrijfster Clarence Night, met wie hij inmiddels zeven jaar lang het leven deelt. Het resultaat roept herinneringen op aan Mike Oldfields - Moonlight Shadow en zelfs de renaissance-periode van onze eigen Jan Akkerman. Blijft alleen de vraag: is hier sprake van een eenmalig uitstapje of een bewuste - carrière-move?

'Een logische stap,' aldus de nooit zo spraakzame Ritchie, die zich zelfs heeft laten verleiden om deze nieuwe CD met interviews te ondersteunen. 'Ik heb deze liedjes zo lang in mijn hoofd gespeeld. Dit is de muziek waar ik thuis naar luister en die ik speel voor vrienden, als ik een feestje geef. Ik heb er alleen nooit over gedacht dit publiekelijk uit te voeren, had niet de indruk dat de massa geinteresseerd zou zijn in zo'n gespecialiseerde muziekstijl. Bovendien had ik werk zat in de rock & roll en verplichtingen aan de band waar ik deel van uitmaakte om die stijl te spelen.'

- Waardoor ben je van gedachten veranderd?

'Pure wanhoop. Op een bepaald punt had ik deze muziek zo hard nodig dat het me niet meer kon schelen of men het zou accepteren of niet.'

- Ik geef toe dat ik bij eerste beluistering nogal geschokt was, maar ik moet toegeven dat er eigenlijk geen slecht nummer op de CD staat.

'Ik heb zo lang met het idee gespeeld dat ik er ook lang genoeg aan heb kunnen werken. Dit in tegenstelling tot mijn rock & roll-songs, die ik in de studio pleeg te schrijven, op het moment supreme.

Ik heb zoveel rock & roll-ideeen dat ik kan kiezen wat het best bij de band aansluit. Daarbij is de sound ook heel belangrijk. Op akoestische gitaar klinkt een rocksong vaak heel anders. De muziek op de nieuwe CD daarentegen ligt vrij vast. Zoals je hem op akoestische gitaar speelt, klinkt het ook op CD. Er gaat zo'n rustgevend, genezend effect van uit dat ik de CD voor mijn lol draai. En dat terwijl ik normaal nooit naar mijn eigen CD's luister. Ik ben zelden tevreden met wat ik gespeeld heb, zeker wat solo's aangaat. Word altijd geconfronteerd met imperfectie. Als ik weet dat ik opgenomen word, verstijf ik. Dan word ik erg zelfbewust, analyseer ik wat ik sta te spelen terwijl ik het speel. Ik speel het best wanneer ik relaxed ben en spontaan dingen kan verzinnen. Wanneer ik in de studio een goede solo doe, zul je echter altijd net zien dat de technicus de sound niet voor elkaar had, of ik een snaar breek. Moet het opnieuw. Dan neem je minder risico's, speel je een beetje steriel. Bij live-opnamen daarentegen weet ik dat we het met die ene take moeten doen. Dat er geen technicus tegen me zal zeggen: kun je dat ene loopje even overdoen? Daarom houd ik van live-opnamen.'

- Wat voor mogelijkheden had je op deze CD qua improvisatie?

'Het merendeel van mijn improvisaties speel ik in mineurakkoorden, de basis van blues en rock & roll. Mineur-akkoorden ademen een ellendig, of op zijn best melancholiek gevoel uit, wat goed bij mijn karakter aansluit. Ik ben een heel serieus mens, een zwartkijker, een negatieveling. Deze CD staat vrijwel helemaal in majeur, een blije toonsoort. Dat speel ik zelden. Vroeger, toen ik een jaar of vijftien, zestien was wel, toen maakte ik veel country & western. Ik heb dit keer ook veel solo's uitgewerkt, iets dat ik in de rock & roll nooit doe. Maar dit was zo'n persoonlijk project dat ik ditmaal veel meer tijd gestoken heb in de voorbereiding.'

- Dit project heet Blackmore's Night. Night is de achternaam van je vriendin en muzikale partner. Met zo'n naam lijkt het alsof zij je eigendom is.

'Zo kun je alles vanuit een chauvinistisch gezichtspunt zien. Ook als je het over je auto hebt, of je boot. In de hedendaagse wereld willen we iets te politiek correct zijn. Ik zie Candice niet als mijn bezit. Sterker nog: ik denk dat zij mij meer controle over mij uitoefent dan ik over haar. Candice bepaalt voor zeker vijftig procent het resultaat. Veel mensen worden geraakt door haar stem, meer dan door mijn gitaarspel. Met deze CD wilde ik ook niet de gitaristen verbluffen. Ik hou niet van spelen voor muzikanten, die zijn me te snobistisch. Zelfs vrienden van me, die beroepsmatig muziek uit de 15e eeuw ten gehore brengen, waren verbluft. Het repertoire werd niet op puristische wijze gebracht. Maar dat was voor mij juist de uitdaging! Ik sta ervan te kijken dat sommige mensen niets willen veranderen.'

- Ik kan me wel voorstellen dat puristen schrikken van synthesizers...

'Ik moet bekennen we oorspronkelijke plan waren de synthesizers door authentieke instrumenten te vervangen. Maar toen producer Pat Regan en ik het resultaat beluisterden, vonden we dat niet nodig. Dan klonken we namelijk hetzelfde als elke andere middeleeuwse band. Bovendien kunnen we nu, door de klap wat te verzachten, misschien mensen die niet in middeleeuwse muziek geinteresseerd zijn toch over de streep trekken. Tot dusverre heb ik in geval heel veel fanmail ontvangen en meer complimenten dan in de afgelopen dertig jaar bij elkaar.'

- Het middeleeuwse gitaarspel doet me denken aan Jan Akkerman.

'Jan was een van mijn grote favorieten. Ik heb hem met Focus in Los Angeles zien spelen en draai die muziek nog steeds. Prima stuff! Ik denk dat dat me onbewust heel lang bijgebleven is. Bovendien had Akkerman lef. Hij verliet de band, die op dat moment heel groot was, omdat het niet de muziek was die hij zelf graag wilde spelen. Dat zouden meer mensen moeten doen. Helaas biedt een grote naam zekerheid. Mensen blijven om die reden bij vaak elkaar, terwijl ze elkaar niets meer te zeggen hebben. Daar heb ik me zelf ook schuldig aan gemaakt, dus ik weet precies waar ik over praat. Ik hoop dat Jan net zo beroemd wordt als vroeger. Er is een schreeuwende behoefte aan gitaristen als Jan Akkerman.'

- De zang trekt de CD echter weer naar Mike Oldfields Moonlight Shadow.

'Dat is een goede observatie, want dat is een van onze favoriete songs. Toen we dit project opzetten, hebben we dat nummer vaak gespeeld. De andere liedjes hebben we derhalve bewust in dat voetspoor gehouden. Ik beschouw die vergelijking als een compliment.'

- Moonlight Shadow was een grote hit in Nederland. Ook in Amerika?

'Nee. Er zat teveel melodie in. Amerikanen hebben moeite met melodie. Mike Oldfield heeft het Amerikaanse publiek nooit bereikt. Net zo min als ABBA, terwijl die overal gigantisch waren. Amerikanen houden niet zo van de melodieuze Europese aanpak, ze horen liever R&B. Bovendien draaien de radiostations hier negentig procent eigen werk. Als het niet Amerikaans is, is de kans dat je gehoord wordt heel klein.'

- Hoe is Candice dan met deze Europese muziek in aanraking gekomen?

'Ik heb haar ermee doodgegooid. Ik draai thuis alleen Europese muziek. Ze begon het leuk te vinden en doordat ik haar vaak meenam als ik naar Europa ging, is ze het ook leuk gaan vinden en zelf gaan interpreteren. Ze pikt melodieen sowieso sneller op dan ik, kan mij de noten noemen van een melodie die ze net gehoord heeft. Dan weet ik wat ik moet spelen. Ze speelt piano en is laatst begonnen met fluit. En speelt nu al beter dan de meeste mensen die hun hele leven gespeeld hebben. Griezelig gewoon.'

- Heb je zelf ooit gezongen?

'Jawel. Maar niet op momenten dat anderen me kunnen horen. Muziek maken vereist al zoveel concentratie en je kunt nooit twee dingen tegelijk echt goed doen. In mijn hart weet ik dat ik me nooit zoveel op het zingen zou kunnen concentreren als op het spelen. Maar wanneer ik soleer, zing ik de solo mee. Daarom ben ik na een optreden ook vaak mijn stem kwijt.

Ik stel evenwel zulke hoge eisen aan zangers dat ik veel te kritisch en te onzeker tegenover mijn eigen zang sta. Daarom zing ik zelf liever niet. Bovendien heb ik net geleerd hoe ik moet praten...'

- Je hebt net leren praten?

'Ik probeer me er zo min mogelijk toe te laten verleiden om dingen die zo veelomvattend zijn onder woorden te brengen of te verklaren. Dat is de reden dat ik op zeer jonge leeftijd al gitaar ben gaan spelen: ik wilde iets losmaken dat ik nooit in woorden zou kunnen vatten. Dat geldt trouwens voor meerdere gitaristen. Brian May is ook zo'n introvert mens, dat zich liever via de gitaar uitdrukt dan door te praten. Daarom doe ik ook zo min mogelijk interviews.

Ik laat het praten liever over aan mensen die niets te zeggen hebben. Zoals zangers. Die praten graag over zichzelf, geven zichzelf graag schouderklopjes. Dat probeer ik te vermijden. Praten is voor mij het laatste redmiddel. Iets voelen of doen, daar ben ik sterker in.'

- Op het podium kwam dat vaak afstandelijk, nors en egocentrisch over.

'Jawel. Maar ik was niet eens centrisch, laat staan egocentrisch. Ik wist gewoon niet wat ik was. Ik deed mijn hoofd naar beneden en speelde maar. Verlegenheid was de belangrijkste reden dat ik me ongemakkelijk voelde. Het is een vreemde situatie om met mijn introverte karakter op een podium te staan. Dat zit blijkbaar in mijn genen verankerd. Daarom kan ik - als mensen het over mij hebben - ook over mezelf praten als was ik een derde partij. De Ritchie Blackmore die je op het podium ziet staan, is niet dezelfde die een broodje eet aan de ontbijttafel.'

- Ben je een moeilijk mens om mee in een band te zitten?

'Waarschijnlijk wel. Als een muzikant niet goed is, of geen zin heeft ben ik de eerste die ze daarop aanspreekt. Als mensen in een band op de bagagedrager mee willen rijden, wijs ik met de beschuldigende vinger.'

- In Deep Purple heb je diverse malen aanvaringen gehad met Ian Gillan. Waarom ben je in 1984 dan toch weer met hem in zee gegaan en waarom heb je er niet zo lang geleden voor de derde keer een punt achter gezet?

'Ik mag de man gewoon niet. Zijn zang vind ik al niet te gek, ik hou meer van blueszangers. Maar de manier waarop-ie zich op het podium gedroeg, irriteerde mij mateloos. Ik had het gevoel alsof ik een clown begeleidde! Vooral als hij de tekst weer eens kwijt was. Door hem werd Deep Purple de laatste jaren steeds meer een cabaret-act. Ik vroeg Ian wel eens: zou het niet eens leuk zijn om de tekst in te studeren voor we een liedje gaan spelen? Het kwam zo ver dat als hij de tekst weer eens kwijt was, ik mijn gitaar uitzette deed alsof ik gitaar speelde. Dat was een spelletje dat ik graag speelde: ik kan net zo onprofessioneel zijn als jij!

- Je weet op zo'n moment dat je die man voor joker zet.

'Maar hij zette ons allemaal voor joker! Ik had medelijden met het publiek. Die kenden de tekst wel en Gillan niet! En het kon 'm nog niets schelen ook!'

- Gillan moest dus weg en je oude Rainbow-zanger Joe Lynn Turner nam zijn plaats in. Was dat de beste optie op dat moment?

Wat mij betreft wel. Alleen de andere bandleden wilden hem niet in de band hebben. Dat heb ik ze min of meer opgedrongen. Dat Gillan op dat moment moest verdwijnen, daar waren we het wel over eens. Ian was zes maanden lang zijn stem kwijt. Als iemand zijn stem kwijt is, leef je normaal gesproken met hem mee. Maar in dit geval veranderde er niets aan zijn leefpatroon. Hij bleef gewoon elke avond doorzakken. Alsof er geen verband tussen die twee dingen bestond. Ik kon daar niet tegen.'

- Maar met zijn vervanger Joe Lynn Turner werkte het ook niet.

'Ik vond van wel. Slaves And Masters is een van mijn favoriete albums. Maar Joe had problemen. Niet in de laatste plaats doordat de rest van de band tegen hem was. Dus Joe moest weg. Na een maand zoeken, zei de rest dat ze Ian terug wilden. Hij had zijn leven weer op het goede spoor, hij zong goed. Zeiden ze. Dus ik zeg: OK, laat maar horen! Gillan zong twee nummers in op een cassette. Het klonk nog steeds verschrikkelijk. Maar de andere drie wilden hem per se terug. Dus ik ging overstag. We maakten de plaat. En toen moest ik met hem op tournee. Daar kon ik niet meer tegen. Dus ik besloot ermee te nokken. Het zag er een tijd naar uit dat ze uit elkaar zouden gaan. Maar ik begrijp dat iedereen nu een stuk gelukkiger is. Ik ben in elk geval blij dat ik niet meer in de band zit.'

- Beide keren dat je uit Deep Purple stapte heb je Rainbow opgezet. Hoe is de situatie daarmee op dit ogenblik?

'Rainbow staat nu op een laag pitje. Ik ga in elk geval de zanger, bassist en toetsenman vervangen. Ik kan nog geen namen van nieuwe mensen noemen. We praten sowieso pas over februari, maart volgend jaar. Ik was het even zat om constant keihard te spelen. Op een groot podium maakt het niet uit, maar het is erg moeilijk om dingen in perspectief te horen als je - tijdens repetities - met zijn allen in een klein hokje staat te bulderen. Een Marshall is net een Ferrari. Als je hem zacht zet, verlies je de power. Mijn trommelvliezen zijn me in elk geval dankbaar voor deze nieuwe CD.'

- Hoe groot is de kans dat je ooit nog iets doet met Ronnie James Dio?

'Ik denk niet dat ik permanent met Ronnie samen zal gaan werken. Maar ik speel wel met het idee om een kort toertje met hem te doen, misschien zelfs gevolgd door een live-album.'

- Was er geen oud zeer weg te werken?

'Zoveel oud zeer was er niet. Ronnie's vertrek uit Rainbow ging zo snel dat de pijn geen tijd had om door te zeuren. Het ene moment speelden we samen, het volgende niet meer.'

- In de middeleeuwen had je minstrelen en troubadours. Wat ben jij?

'Hier in Amerika heb je renaissance-kermissen. Bij die gelegenheden verkleed ik me vaak als een minstreel of zigeuner. Dat biedt me een ontsnappingsmogelijkheid voor computers en dingen als marketing en software, alle spanningen die zich in de moderne wereld opbouwen.'

- Geloof je in reincarnatie?

'Ja. Het is weliswaar een erg romantische theorie, maar het heeft wel wat. Het zou veel verklaren. Ik zou best in de 15e eeuw geleefd willen hebben, als we tenminste alle ziektes van toen over kunnen slaan. Ik zou alleen de leuke dingen uit die tijd willen kiezen: het buitenleven, in de bossen. Dat kan vandaag de dag niet meer, door teken en andere, kleine insecten waar je botkanker van kunt krijgen en uiteindelijk aan kunt overlijden. Die had je toen weer niet.. Veel mannen hebben het gevoel dat ze vroeger Henry VII waren, vrouwen denken een reincarnatie te zijn van Cleopatra. Maar ik mag graag geloven dat ik een eenvoudige boer was. Zo normaal mogelijk, achterop een hooikar of zo. Ik denk dat ik me wel met muziek bezig zou houden, of misschien met magie. Ik doe veel séances. Daaruit komt naar voren dat ik een tovenaar geweest zou moeten zijn. Séances bieden me een ontsnapping. Als ik een séance doe, voelt het alsof ik een stap dichter bij God kom. Het is een vreemd, harmonieus gevoel. Dat moeilijk te bereiken is in mijn normale, maatschappelijke omgeving.'



Focus was cabaretmuziek op testosteron

Jan Akkerman over Ritchie Blackmore



Jan Akkerman over Ritchie Blackmore's Night: 'Ik luister nooit naar de radio, maar toen ik laatste van Italië af terug kwam scheuren, hoorde ik een stukje van Blackmore's nieuwe plaat. Ik had het al eens eerder gehoord. En beter. Het deed me namelijk denken aan de muziek die ik zelf dertig jaar geleden opgenomen heb. Dat werd me toen niet in dank afgenomen. Maar dit is een compliment in vermomming. Blackmore geeft er op zijn manier wel een eigen draai aan. De zang moet het toegankelijker maken voor een groot publiek. Dat is volkomen legaal. Ikzelf heb alleen nooit zo in zang gedacht.

Ik heb een keer een liedje gemaakt en daar heeft iemand zijn fluitcarrière op gebouwd. We konden meedoen aan een festival in Las Palmas. Bleek een songfestival te zijn. Toen ben ik daar met een Spaanse stewardess met een paar fantastische grote vleugels een berg op geklommen en heb ik House Of the King geschreven. Want we hadden nu eenmaal een fluit in de band en die moest ook gebruikt worden.

Focus was cabaretmuziek op testosteron. Iets met een verhoogde klierwerking. Ik heb Blackmore wel eens ontmoet, in de lobby van een hotel. Hij had gehoord dat ik geinteresseerd was in Bach. En de Renaissance en Bach vond hij helemaal te gek.

Ik vind het leuk dat het kwartje nu gevallen is. Feliciteer hem maar met het feit dat hij eindelijk een verstandige beslissing genomen heeft. Misschien heeft hij last van metaalmoeheid. Anders ga je toch niet dit soort muziek spelen?! Het klinkt heel lief, heel mooi.

Blackmore is van een sfeer uit gegaan. Roept herinneringen op aan oude tijden van ridders. Dit is geen evolutie, maar involutie. Het gaat heel erg ver terug. Voor de Renaissance zelfs. Leuk voor kinderen, technisch gezien. De muziek klinkt harmonisch gezien niet echt wakker genoeg. Er zijn platen met liedjes uit de riddertijd, compleet met de teksten en de muziek uitgeschreven. Maar Ritchie is op zijn manier artistiek bezig. De muziek is wel spiritueel.

Blackmore heeft toch het hoofd gebogen. Ik denk trouwens niet dat dit plaatje bij een kopje thee is gemaakt. Volgens mij is er heel wat rook aan te pas gekomen. Zoniet, dan zou hij dat eens moeten doen. Zo ken ik er nog wel een paar! Wanneer iemand als John Mclaughlin eens iets anders tot zich zou nemen dan thee, dan zou er een wereld voor hem opengaan. Ik ga graag naar Hollandse schilders. Zoals die Vermeer-tentoonstelling, waar ze van over de hele wereld op af komen. Het viel me op dat er op zeven van de tien schilderijen een luit te zien is. Dan is het ook niet zo verwonderlijk dat er zoveel van die plukkers rondlopen.

Maar daarvoor heb ik die luitmuziek niet gemaakt. Wat ik toen in interviews zei, is dat ik met al dat gejodel en gefreak het gevoel had in de Renaissance te leven. Een tijd waarin nieuwe uitvindingen werden gedaan, op allerlei gebied. Er zijn ook rockgroepen geweest die zich Renaissance noemden: Pentangle, Bert Jansch, John Renbourn, die scene leefde in de jaren zeventig al heel sterk in Engeland. Dus ik dacht: ik ga me daar maar eens in verdiepen. Maar op de B-kant ben ik flink gaan rock & rollen, in een poging die twee te verbinden.

Ik heb zelfs geprobeerd een elektrische luit te laten bouwen. Maar dat ging gewoon niet. Op een luit zitten 24 snaren, daar staat teveel power op. Momenteel zijn er ook veel nieuwe ontwikkelingen. Het verschil tusen de Renaissance en nu is dat alles uiterlijk verbeterd lijkt, maar inhoudelijk veel leger is. Vóór de 19e eeuw was er geen artiest die iets voor het gewone volk deed. Want die hadden toch geen geld en geen stemrecht. Sinds dat wel zo is, weten ze niet meer hoezeer ze in iemands hol moeten kruipen. De popbusiness is sowieso de enige branche waar je met een IQ van 40 voor een genie wordt aangezien. Waarom denk je dat ze tegenwoordig een pilletje in hun hol stoppen? Om de muziek mooi te kunnen vinden. Want house is toch niet meer dan een digitaal draaiorgel? Maar ach, ik hou ook wel van een geintje.


© Hans van den Heuvel, Oor no 17 - 23 August 1997