Blackmore's Night

'De meeste bands hebben een setlijst van twaalf songs.
Wij kennen er meer dan honderd'


Wanneer er ooit een lijst wordt gemaakt van opmerkelijke career moves, gooit Ritchie Blackmore vast hoge ogen. Na decennia lang de zenuwen van de leden van Deep Purple op de proef te hebben gesteld, besluit hij halverwege de jaren '90 een orkestje te beginnen met zijn eega Candice Night: Blackmore's Night.

Verdwenen is de harde rock die de master van de Stratocaster in vorige levens maakte. Ditmaal ligt de nadruk op middeleeuwse klanken, waarin Blackmore's akoestische gitaar en Candice' fraaie, glasheldere vocalen elkaar op smaakvolle wijze in evenwicht houden. Optredens vinden bij voorkeur onversterkt plaats, in kerken en kastelen, waar de eerste rijen gereserveerd zijn voor mensen in aangepaste kledij. Maar het succes snelt de man-in-het-zwart ook dit keer weer vooruit.

'TOEN WIJ MET DEZE MUZIEK BEGONNEN, WIST IK DAT 'T NOOIT GROTE VORMEN AAN ZOU GAAN NEMEN,' vertelt Blackmore na een concert in het Duitse Oldenburg, waar Blackmore's Night een kleine tweeduizend man twee en een half uur wist te boeien. 'Nu dat toch dreigt te gebeuren, heb ik besloten om in elk geval niet meer voor grote mensenmassa's op te treden. Boven de tweeduizend mensen komen de zatladders erbij. Als je zachtjes speelt, hoor je er altijd wel één Hey Ritchie, get on with it lallen. Om je daarvoor af te sluiten, ga je harder spelen. Ik ben goed in improviseren. Maar binnen Blackmore's Night concentreer ik me vooral op strakke melodielijnen. Om te zien of ik het red. Als ik voor tien mensen speel, kan ik me honderd procent concentreren. Maar bij een groter publiek voel je dat de mensen niet geconfronteerd willen worden met een te strak keurslijf. Dus spelen we meestal een rigide en een vrolijk deuntje achter elkaar. Ik voel me wel eens schuldig tegenover onze muzikanten. De meeste bands hebben een setlijst van twaalf songs. Candice en ik kennen er meer dan honderd, de bandleden hooguit de helft. Soms gaan wij het podium op zonder dat zij enig idee hebben wat we gaan doen. Dan zie ik de paniek in de ogen van de bassist. ik hoor ook de fouten. Vind ik niet erg. Als het er maar niet teveel zijn.'

JE SPEELT EUROPESE MUZIEK MET AMERIKAANSE MUZIKANTEN. WAAROM?

'Ik mag mezelf graag straffen, maak me het leven zo moeilijk mogelijk. Ik heb 'n vervolgingscomplex. Een gigantisch schuldgevoel, waardoor ik mezelf pijn doe. Daarom huur ik Amerikaanse musici in om Europese muziek te spelen... Nee, soms hoef je iets niet te zijn, om het te kunnen waarderen. Sterker nog: vaak is de fantasie spannender en krachtiger dan de realiteit. Als Engelsman heb ik altijd in de buurt van kastelen gewoond. Windsor Castte was voor mij zo normaal dat ik er niet van opkeek. Terwijl iemand uit Seattle er juist helemaal van ondersteboven was. Die observeerde het kasteel veel gedetailleerder dan ik. Ik zat liever in de kroeg. Dus: hoe verder je van iets afstaat, hoe dichterbij je kunt komen.'

LIVE SPEEL JE MOMENTEEL BIJNA UITSLUITEND AKOESTISCH.

Maar ik hoorde ook andere, rare geluiden. Was dat een gitaarsynthesizer?

'Een akoestische gitaar is een prachtig instrument, maar niet geschikt om 'n band te dragen. Veel van mijn leadmelodieën zouden eigenlijk door trompet, cornet of doedelzak gedaan moeten worden. Om dat geluid te benaderen, gebruik ik een gitaarsynth. Wat als bijkomend voordeel heeft dat de tonen langer doorklinken. Of ik de eerste ben die een akoestische gitaar met een gitaarsynthesizer combineert? Vast niet. Maar ik heb de slechte gewoonte niet naar andere gitaristen te kijken. Thuis draai ik trouwens nooit muziek. We hebben niet eens een fatsoenlijke installatie. Als ik een goed idee hoor, pak ik liever mijn eigen gitaar op om met dat idee te gaan stoeien, dan te luisteren naar wat een ander ervan bakt. Maar ik geef de voorkeur aan stilte. Alleen is het tegenwoordig zo moeilijk om stilte te vinden. Overal hoor je wel ergens een bassdrum vandaan komen. Daar zouden ze een wet tegen moeten maken! De bassdrum is vaak zo hard dat ze het niet eens meer horen als een ander claxonneert. Dat is belachelijk. In Amerika hebben ze net de mobiele telefoons in de ban gedaan. Maar als volgende stap zouden ze de bassdrum moeten verbieden!'

Candice: 'Wij hebben een inside joke over contemporaine muziek. Als je dat woord verdeelt in con (oplichter) en temporary (tijdelijk) heb je het antwoord al in handen. De muziekindustrie is erg contemporary, vandaag de dag.'

Het heeft lang geduurd voor je zelf renaissance-muziek durfde te gaan spelen. Hoe groot was Candice' invloed in dat proces?

Candice: 'Ik heb vooral als therapeut gefunctioneerd. Geprobeerd om zijn problemen duidelijk te krijgen. Als je ziet dat iemand om wie je geeft, van wie je houdt, zich zo ellendig voelt... En elke dag de woede en de pijn hoort die hij doormaakt als hij van het podium afkomt... Ik heb nooit gezegd dat hij uit een band moest stappen. Maar als hij dat deed, steunde ik hem daarin.'

Ritchie: 'Ik speelde met Deep Purple in grote zalen, er kwamen veel mensen kijken. Maar die band begon steeds meer op een circus te lijken. Het was één nostalgietrip. Dat werkt een tijdje, maar na een paar jaar komt je dat de strot uit. Los daarvan was ik niet tevreden over het management van de band. En ik kon het al helemaal niet vinden met Ian Gillan. Het was gewoon een kwestie van water en vuur: botsende karakters. Daarbij had Ian de lastige gewoonte om de teksten van de nummers te vergeten. Zie je duizenden mensen meezingen, terwijl de zanger de tekst niet kent en er zich ook niet druk om maakt! Daar werd ik gek van! Je kunt mensen niet vragen daarvoor te betalen!

In dergelijke situaties schakelde ik mijn gitaar uit en ging op een podium staan met een houding van: ik ben geweldig, maar ik ga het je niet laten zien. Ik deed mijn beklag bij de rest van de band. Jon Lord zei: ik zal eens met hem praten. Maar er veranderde helemaal niks! En het management vond me alleen maar lastig. Dat bén ik ook. Bette Davis zei het vroeger al: je bent niemand tot je moeilijk bent. Maar dat waren de andere vier ook! Zij pakten 't alleen veel subtieler aan. Bij mij lag het er altijd zo bovenop. Ik had de rest van mijn leven in de beste hotels kunnen logeren en Smoke On The Water kunnen spelen. Muziek is voor mij echter veel te belangrijk om me bij zo'n ongezonde situatie neer te leggen.'

Legde dat geen enorme druk op Candice, toen jullie samen gingen optreden? Vooral omdat Ritchie altijd erg kritisch was op vocalisten...

Candice:'Zo kritisch als Ritchie is op anderen, zo kritisch ben ik op mezelf. Dat weet hij. En hij kan erop vertrouwen dat ik nooit de tekst kwijtraak. Ik drink niet en hou niet van drugs. Als ik een valse noot zing, hoor ik het zelf ook. En zal ik er alles aan doen om hem onder de knie te krijgen. Ritchie ziet dat. En hij ziet ook dat hij geen zweep nodig heeft om mij bij te sturen.'

Is dat de reden dat je tegenwoodig zelfs lol op het podium uitstraalt?

Ritchie: 'Ik ben gewoon blij dat ik niet meer in Deep Purple zit. Dit is een veel lichtere soort muziek. Ik had nooit gedacht dat ik het ooit zelf zou spelen. Ja, thuis! Toen Candy echter mee begon te zingen en fluiten, ging het balletje rollen. Het is een natuurlijk gegroeide situatie. Muzikanten zouden op een natuurlijke wijze muziek moeten maken. Toen Lennon en McCartney begonnen waren het vrienden, die met elkaar liedjes gingen schrijven. Maar ik heb in bands gezeten waarvan de leden elkaar alleen ontmoetten bij hun managers en accountants. Zelfs repetities voelden onnatuurlijk. Deze band is erg natuurlijk.

Candy en ik spelen vaak in restaurants. Gewoon, met een paar vrienden. Ik was altijd jaloers op muzikanten die dat konden. Zat zelf namelijk altijd in groepen die alleen konden functioneren met een hele stapel Marshalls, laserstralen en duizenden toeschouwers. Wij moesten altijd voluit gaan, net als een Ferrari. Dat klopte gewoon niet. In de ouwe tijd ging niemand spontaan zingen. Of het nu Ronnie Dio was of Ian Gillan. Die zongen nooit spontaan, maar alleen op volle kracht, in een microfoon. Muziek was wérk voor ze. En ik moest me uit die gedachtegang zien te breken. Veel mensen durven dat niet. Want succes betekent zekerheid. Binnen Deep Purple hebben twee bandleden een teringhekel aan de andere twee. Ze zouden morgen vertrekken als ze een alternatief hadden. Maar dat hebben ze niet...'

Hans van den Heuvel, Oor no 20, 6 October 2001
Photos: Ruud Strobbe