RAINBOW

HET VREEMDE PERSONEELSBELEID VAN RITCHIE BLACKMORE

Muzikanten die komen en gaan houden Rainbow springlevend


Ritchie Blackmore mag terecht beschouwd worden als een van de meest eigenzinnige rockgitaristen van de hele heavy-metal scene. Toen midden de jaren zeventig de peetvaders van het betongeweld, Deep Purple, maar dan veertien miljoen platen per jaar verkochten, sloeg Ritchie met een harde klap de deur van het repetitielokaal achter zich dicht. Ter vervanging van zijn snijdend gitaarwerk moest Deep Purple maar een ander zoeken. Ritchie gaf ruiterlijk toe dat het studiowerk en de ellenlange toernees met zijn kompanen van Deep hem meer dan eens het zuur opbraken.

"Je hebt er echt niks meer aan als je jaar na jaar tussen Los Angeles en Tokyo moet charteren om in iedere uitverkochte konsertzaal hetzelfde programmaatje af te rammelen. Bovendien waren de spanningen binnen de groep te hoog opgelopen en voelde ik mij in mijn artistiek streven flink belemmerd. Ik besloot eruit te stappen en daar heb ik nog geen moment spijt van gehad."

Deze resolute uitspraak werd door niemand geloofd. Ritchie was een te koppige kerel om, zomaar zijn glimmende Fendergitaar aan de wilgen te hangen. Terwijl de persmuskieten en de fans nog nakaartten over de split van de zeventiger jaren, timmerde Blackmore een nieuwe groep in elkaar. Rainbow heette die en die regenboog staat nog steeds stralend boven de wereldwijde rockpodia, alle donderwolken en bliksemschichten ten spijt.


GEKNIPT STEMGELUID

De groep ELF, die in Amerika steevast het voorprogramma deed met Deep Purple leverde meteen de eerste leden voor Blackmore's groep. Op de eerste elpee, die gewoon Ritchie Blackmore's Rainbow was getiteld, zong Ronnie James Dio de hoogste noot. 0ok uit de legendarische Jeff Beck Group kwam iemand de groep versterken. De drummer ervan, Cozy Powell, kon het met Blackmore uitstekend vinden en samen met Roger Glover, bassist en een trouwe kameraad uit de Purple-tijd, vormden zij de eerste hechte kern van Rainbow.

Er werd aan nieuwe nummers gewerkt en de deuren van de duurste studio's gingen voor de heren open. Een tweede schijf "Rainbow Rising", kende een enorm sukses. De groep werd overstelpt met aanbiedingen voor konserten. En dat was iets dat Ritchie niet zo onmiddellijk had verwacht. Samen met Roger ben ik bewust afgestapt van mijn Purple-verleden. Ik wilde de groep op plaat en ook live anders laten klinken. De fans hebben dat onmiddellijk begrepen. Rainbow is een nieuwe groep die iets nieuws tracht toe te voegen aan het klassieke hardrock-geluid. En zeker aan die "Smoke on the Water" toestanden. Dat nieuwe geluid was ook te horen op de live-dubbelaar "On Stage" waarin het beste wat de groep in Australia en Japan ten gehore had gebracht, vastgelegd was. Een elpee die iedere rechtgeaarde liefhebber van het genre in de platenkast koestert als een schitterende diamant.

Maar Ritchie, bekend om zijn veeleisend, was er nog niet helemaal zeker van of de band waar hij nu mee 'on the road' was precies aan zijn verwachtingen beantwoordde. Zanger James Dio werd vriendelijk verzocht zijn geluk bij Black Sabbath te beproeven want Ritchie had zijn oog en vooral zijn oor laten vallen op Graham Bonnet, die in de jaren zestig de voorman was van de Engelse Marbles en later een internationale hit had met "Only One Woman". Dat was het stemgeluid dat voor Rainbow geknipt was.


EEN SCHIJF ALS EEN BUNKER

De vierde elpee die de groep uitbracht, werd "Down to Earth" gedoopt en door iedereen hartelijk ontvangen. Graham Bonnet's stem moest voor die van zijn voorganger niet onderdoen, integendeel zelfs van de eerste noot tot de laatste drumslag stond deze schijf als een bunker. De afgewerkte produktie van Roger Glover zat daar natuurlijk niet voor niets tussen. Glover is het ook die met zijn stuwende bassriffs de songs overeind hield. Op deze elpee viel ook op dat de nummers van Ritchie net zo goed melodieus en zacht konden zijn als wel keihard en bonkend.

Graham Bonnet kweet zich prima van zijn taak en kon ook op het podium aardig uit de muzikale slof schieten. Alleen één ding, maar dat merkte je niet als je de plaat op de draaitafel gooide, vlotte niet zo best. Graham Bonnet was net als baas Ritchie van alle markten thuis en wist bijzonder goed wat hij wou. Hij liet zich niet zomaar door iemand deze of gene stijl opleggen en al gauw botsten de individualistische karakters van zanger en gitarist dat het een aard had. De vele verwikkelingen die volgden, bemoeilijkten de sfeer binnen de groep die met Bonnet definitief uit de startblokken leek. Met veel poeha stapte Bonnet op en hij laat zich in interviews niet altijd even vriendelijk uit over de grillen van zijn vroegere werkgever.

"Eerst en vooral wil ik stellen dat het niet in mijn bedoeling ligt Ritchie als een boeman voor te stellen. Menselijk gezien konden wij vrij goed met elkaar opschieten maar dat is niet het enige waar je als muzikant rekening mee moest houden. Ikzelf ben een nogal ambitieuze jongen en ik kon het niet goed hebben dat ik gewoon maar moest nazingen wat Ritchie mij voorschreef. Het leek wel of wij zijn backing-groep waren. Ritchie heeft uitstekende ideeën maar hij wil ze altijd door een ander laten uitvoeren precies zoals hij het wil. Een groep is een zaak van iedereen die erin meespeelt en recht op inspraak in muzikale en zakelijke aangelegenheden moet er zijn, vind ik. Ik verloor een beetje mijn sterk ontwikkeld gevoel voor eigenwaarde en dat is ook de reden waarom Cozy er de brui heeft aan gegeven."


EIGENWIJS MANNETJE

Vindt Ritchie die voortdurende personeelswisselingen dan niet vervelend?

"Nee, ik verplicht niemand om met mij op te trekken. Als die kerels iets anders willen doen dan moeten zij dat maar weten. Er zijn we1 meer muzikanten op de wereld waar ik een goeie groep mee kan uitbouwen. Ik ben inderdaad een eigenwijs mannetje maar ik ben ervan overtuigd dat de plannen die ik in mijn hoofd heb honderd procent kans op slagen hebben op voorwaarde dat de hele groep van zin is er zijn brede schouders onder te zetten. Dat is tot hiertoe nog niet echt gebeurd. Graham en Cozy zijn nu weg maar hun plaats was nog niet helemaal leeg of er stonden al andere enthousiastelingen op de trappen van mijn huis te trappelen voor een auditie. Joe Lynn Turner neemt nu de zang voor zijn rekening en Bob Rondinelli is één van de beste slagwerkers die ik ooit aan het werk heb gezien. Wat een stijl hebben die kerels, jongen. Zoiets moet je gaan zien of je kent er niks van."

En of we hen gaan zien zien. De nieuwe line-up overtreft inderdaad alle vorige. Met de nieuwe zanger en drummer die de gelederen definitief hebben versterkt, was het pas hun derde optreden maar dat kon je aan de kwaliteit en evenmin aan het volume horen.

Rondinelli leeft voor de slagwerkerij en timmert er vakkundig op los. Zijn voorganger Cozy Powell is om zijn drumsolo's beroemd, geworden maar wat Bob met die sticks uithaalt is werkelijk fabelachtig. Wanneer het zachtere werk aan de beurt is, trekt hij zich beleefd terug om zo vrij spel te geven aan Joe Lynn Turner die heel wat meer uit zijn stembanden tovert dan gekrijs alleen. Boven alles torent natuurlijk de gitaar van Ritchie Blackmore, maar één van de weinige gitaristen in het genre die weet wanneer een solo moet afgelopen zijn en die de andere groepsleden ook eens een hoogstandje gunt. Van Ritchie is geweten dat hij zich voor klassieke muziek interesseert en daar heel wat van heeft geleerd. Het gebruik van die Beethoven ingrediënten komt echt niet pretentieus over maar past perfekt in de schitterende nummers waarvan de nieuwe elpee "Difficult to Cure" het sluitende bewijs is.

Het einde van elk konsert wordt op passende wijze afgesloten met tipische Blackmore-songs zoals "Long Live Rock'n'Roll" en "I Surrender". De kroon op het livewerk van een groep en haar leider die ondanks vele spanningen en personeelswijzingen haar weg naar de top gevonden heeft. En daar nog lang zal blijven, hoopt Blackmore zelf uit het diepst van zijn gekwelde ziel.

Rainbow laat de hemel boven Vorst-Nationaal te Brussel uiteenspatten op vrijdag 19 juni.
Oordoppen niet vergeten.


Joepie, Belgium 21 June 1981