RAINBOW

Live en in de Studio


Een maand of wat geleden, bereikte een nieuwe elpee van Rainbow de winkels. Dit meest recente product van het prominente hardrock-gezelschap, kreeg de titel 'Difficult To Cure' mee. Of dat slaat op de ongeneeslijkheid van een soort hardrock-virus, laten we in het midden.

Rainbow ontstond in 1975, nadat de drijvende kracht, gitarist Ritchie Blackmore, het fameuze gezelschap Deep Purple de rug toekeerde. Ritchie woont tegenwoordig (mei 1981) in de VS. Maar hij is een rasechte Engelsman die zijn vaderland alsmede Japan en het noordelijke deel van Europa als zijn grootste afzetgebied ziet. Ritchie is bij Rainbow niet het enige ex-Deep Purple lid.

In 1978 voegde Roger Glover zich aan de groep toe. Eerst als producer, later ook als bassist. Tijdens de opnamen voor 'Difficult To Cure' is de bezetting niet stabiel gebleven. Drummer Cozy Powell stapte op, even later gevolgd door zanger Graham Bonnet. Respectievelijk werden beide heren opgevolgd door Bobby Rondinelli en Joe Lynn Turner. De enige blijver buiten producer/bassist Roger Glover, is toetsenist Don Airey.

De nieuwe Rainbow elpee werd om belastingtechnische redenen in Denemarken opgenomen. De studio waar het om gaat heet Sweet Silence. En het aardige is dat Music Maker daar een relatie heeft zitten. Die vroegen we de opnamen in de gaten te houden en zo mogelijk een gesprek met de heren van Rainbow aan te knopen. Dat lukte wonderwel. Zo zie je maar weer, zo gauw roadies, managers en soortgelijke lieden van ongetwijfeld grote importantie uit de buurt zijn, kan er ineens van alles. Vandaar dat dit verhaal niet alleen over de opname procedure gaat, maar ook over de apparatuur die tijdens optredens door Rainbow worden gebruikt. En, wat nog aardiger is, het geheel hebben we weten te omlijsten met de leden van Rainbow.


Ritchie Blackmore


Wanneer raakte je serieus in muziek geinteresseerd ?

'Ik begon toen ik 11 was. Voor de inspiratie zorgde Tommy Steele die toen de rock'n roller was. Een jaar lang heb ik toen gitaarles gehad, waarbij ik toonladders leerde. Dat is belangrijk geweest omdat mij geleerd werd alle vier de vingers van de linkerhand te gebruiken. Vooral de pink, dat is erg belangrijk. Aanvankelijk volgde ik het spel van mensen als Django Reinhardt, later werden dat Wes Montgomery, Les Paul, Duane, eddy en Buddy Holly.

Toen ik een jaar of zeventien was, speelde ik in een skiffle groep op een instrument dat de 'dog-box' genoemd werd. Het was een soort bezemsteel met 1 snaar. Daarna kwam ik terecht bij Screaming Lord Sutch & The Savages. Vanaf dat moment kun je me als professioneel beschouwen. Matthew Fisher, die later bij Procal Harum ging spelen, zat ook in die groep.'

Speelde je in die tijd accoorden of losse noten ?

'Ik geloof dat ik altijd meer uit ben gegaan van losse noten dan van accoorden. Toen ik een jaar of dertien was, kreeg ik een accoordenboek te pakken en toen zag ik hoeveel er te leren waren. Dus leek het me beter om bij de losse noten te blijven.'

Heb je veel naar platen geluisterd om aan ideeen te komen ?

'Ja. Maar ik ben nooit zo goed geweest in het oppikken van dingen via mijn gehoor. James Burton was een van mijn idolen. Als ik hem iets hoorde spelen, probeerde ik het ook, maar het eind van het liedje was dat ik het op mijn eigen manier deed. Wat ik wel geleerd heb, is dat James Burton banjosnaren gebruikte om zijn noten te kunnen buigen. Na mijn klassieke gitaarlessen heb ik nog twee keer les gehad. Vlak bij me in de buurt woonden twee hele goede gitaristen. Een daarvan was Jim Sullivan en de ander was Roger Minga.

Allebei stonden ze op een hoog peil dat ik wilde trachten te evenaren. Maar omdat ik niet iets kan oppakken wat een ander doet, heb ik waarschijnlijk al vrij vroeg een eigen stijl ontwikkeld. Dat heeft z'n voor- en z'n nadelen. Het is een voordeel als je zelf muziek schrijft, maar een nadeel als je sessies doet en men wil je iets bepaalds laten spelen. Aan het begin van de zestiger jaren heb ik wat sessies gedaan voor een groep die de Outlaws heette. Dat was mijn eerste studio-ervaring.'

Je geluid, is dat door de jaren heen veranderd ?

'Nauwelijks. Het is als een soort voedsel voor me. Als ik iets tegenkom wat ik lekker vind, eet ik het de hele tijd. Als het op geluid aankomt, ben ik geen avonturier. Zo probeer ik ook geen versterkers uit die me door mensen aan worden bevolen. Dat komt omdat ik tevreden ben met wat ik heb. Vroeger gebruikte ik een Vox versterker die me erg goed beviel. Maar ik ken Jim Marshall persoonlijk, dus ben ik naar zijn fabriek gegaan en heb ze daar iets laten bouwen dat precies klonk zoals ik het wilde. Ik stond letterlijk in de fabriek terwijl de Marshall technici de zaak in elkaar zetten. Daar probeerde ik het eindresultaat uit. De mensen stopten klagend hun oren dicht omdat ik zo hard stond te spelen. Mijn versterkers hebben erg veel hoog.'

Heb je ooit met iemand als Jeff Beck gespeeld ?

'Jeff Beck, yeah. Toen ik in '64 bij Lord Sutch speelde, deden we wat sessies die door Jimmy Page werden geproduceerd. Jeff speelde toen nog niet bij de Yardbirds en hij was erg goed.'

De gitaar van Eric Clapton is opgebouwd uit speciaal geselecteerde stukken van oude Stratocasters. Jij gooit ook nog wel eens met een gitaar. Wat is dat er voor een ?

'Vroeger maakte ik echte Stratocasters stuk, maar ze zijn erg zwaar en je kunt er niet zomaar wat mee gooien. Dat is een beetje gevaarlijk. Dus gebruik ik in dat geval een lichtere imitatie gitaar waarvan ik vind dat er reden is om hem kapot te gooien. De eerste keer dat ik een gitaar kapot maakte was rond '68. Degene die met die smijterij begon, heette Pete Philips. Hij deed het al in '64. Hij speelde in een groep die The Creations heette. Philips was een vernieuwer. Hij bespeelde zijn gitaar met een strijkstok en gebruikte er ook de microfoonstandaard bij. En hij gooide zijn gitaar kapot. Hij was degene die ermee begon. Dat molewieken met de arm, zoals Pete Townsend het deed, is ook van hem. Townsend begon als eerste bekende gitarist zijn gitaar kapot te gooien. Later werd hij gevolgd door Jimmy Hendrix.

Tussen de frets in, heb je de hals van je Stratocaster uit laten schuren en laten polijsten, zodat je de noten beter kunt buigen en meer sustain krijgt. Maar je gebruikt ook altijd een Aiwa recorder om de feed-back te controleren.

'Die gecontroleerde feed-back heb ik altijd gebruikt. De bandrecorder die het voor een deel doet, lag al een tijd ergens in mijn huis. En om er toch iets mee te doen, heb ik hem omgebouwd tot een soort echo-machine, waarmee ik meer een vertraagd echo-geluid kan bereiken dan galm. Ik ben van mening dat band-echo veel beter is dan elk type galm, Space Echo of wat dan ook.

Met mijn apparaat kan ik de vervorming, de in- en de uitgang controleren, wat betekent dat ik heel hard kan klinken en toch heel 'clean', of het tegengestelde, heel zacht en heel smerig. Mijn recorder werkt dus als een kleine, controleerbare fuzz-box. Veel mensen denken dat ik net doe alsof ik een solo speel, omdat ze de spoelen van de recorder zien draaien. Maar dat is niet zo.'

Wat voor snaren gebruik je ?

'Picato standaard in de diktes 10, 11, 13 (of 14), 28 (soms 26), 38 en 48. En mijn plectrums hebben een hele rare vorm. Dat komt omdat ik niet met de gewone overweg kan. Ik stem mijn gitaar standaard. Ook wat dat betreft ben ik geen avonturier. De tremelo-arm gebruik ik voortdurend. Het enige andere effect dat ik gebruik is een phaser.'

Speel je ook keyboards ?

'Nee, alleen heb ik een set Taurus baspedalen die ik op het toneel gebruik. Soms gebruik ik een vreemd accoordenschema om mezelf in een bepaald stuk te begeleiden. Zo schrijf ik vaak muziek, ik improviseer op de gitaar terwijl er een bastoon doorgaat. Van een klavier begrijp ik niets, dus heb ik de desbetreffende noten met koeieletters op de pedalen laten zetten.'

Roger vertelde me dat jij in de studio muziek schrijft.

'Dat klopt. En zo moet het ook. Rock is een heel apart soort muziek. Als je thuis met een acoustische gitaar een stuk muziek schrijft, zal het compleet anders klinken als je het met een groep gaat spelen. Anders en verkeerd. Neem een van de meest bekende rocknummers, 'Purple Haze'. Dat klinkt helemaal verkeerd als je het op een acoustische gitaar speelt.

Ik vind dat je ook met een drummer moet spelen. Het is een kwestie van improviseren. Ik heb de gewoonte om erg veel accoorden in een stuk muziek te stoppen, maar later haal ik de meeste ervan er weer uit, omdat dat rock effectiever maakt. In de Rock & Roll kun je niet te melodisch worden. Dan bederf je het geheel. Zo schrijf ik ook altijd in mineur. De laatste 12/15 jaar al. Het enige nummer dat voor zover ik me kan herinneren in majeur staat is 'Woman From Tokyo'. Majeuren klinken te helder, te vrolijk. emo's maken we ook nooit. Als ik iets in een studio doe, maak ik het af of verbrand ik het. Dat deden we bij Deep Purple al omdat we niet wilden dat er muziek zou blijven slingeren, die de managers op een dag uit konden brengen, zoals bijvoorbeeld bij Hendrix is gebeurd.'

Klinkt een opname uiteindelijk wel eens heel anders dan je bedoeld had ?

'Dat gebeurt me meestal. Daarom denk ik maar niet teveel aan een eindresultaat. Ik ga pas denken als een riff of accoordenschema de moeite waard is om uitgebouwd te worden. Van te voren uitgewerkte ideeen leveren meestal teleurstellingen en desillusies op. Mijn kwaliteit is niet om hard aan iets te werken, maar om met een idee te komen en dat aan de groep voor te leggen. De volgende stap is dan nadenken waar de vokale mogelijkheden liggen.'

Hoe vaak neem je een solo op ?

'Een keer of zes, zeven. Daaruit zoeken we de beste. Soms wisselen we de sporen af.'

Welke solo's vind je van jezelf het best ?

'Ik denk die van 'Gates Of Babylon' en 'Weisheim'. Live denk ik met het meeste genoegen terug aan het Donington Festival van augustus 1980. Hoe meer mensen er zijn, hoe beter ik speel. Eerlijk gezegd ben ik niet zo geinteresseerd om te spelen als er maar 200 mensen in een zaal zitten, tenzij het om een jam gaat en de mensen daar ook voor zijn gekomen. Als een publiek goed is, rekken we de solo's soms en gaan we wat vrijer spelen. Maar aan het nummer op zich veranderen we niets. Als de mensen geld hebben betaald om je te zien spelen, moet je daar rekening mee houden.'

Waarom ben je eigenlijk bij Deep Purple weggegaan ?

'Dat deed ik omdat de hele affaire me vreselijk verveelde. En ik wilde een groep hebben die ik beter in de hand kon houden. Ik vind het ook prettig om per jaar 1 LP te maken. Met Deep Purple waren we contractueel verplicht om er drie per jaar te maken. En ik kreeg het gevoel dat ik maar van alles speelde om de plaat vol te krijgen.'

Is er iemand waarmee je niet gewerkt hebt, terwijl je dat nog wel zou willen ?

'Ian Anderson. Ik heb veel bewondering voor hem en hij is een goede vriend van me, maar ik heb nog nooit met hem gewerkt. Nog iemand is Paul Rogers, de zanger van Bad Company. Ik ben gecharmeerd van violisten en organisten, maar ik ben niet al te geinteresseerd in gitaristen, met misschien van Randy Hansen. Hij heeft echt klasse en finesse. Ik heb met hem gejamd en dat beviel me heel erg goed.'

Wie is volgens jou de grootste componist aller tijden ?

'J.S. Bach. Ik denk dat hij de grootste vertegenwoordiger van muziek is die de wereld ooit heeft voortgebracht. Als je alles wat met muziek te maken heeft zat bent, en je luistert naar zijn muziek, dan krijg je het gevoel dat het toch allemaal de moeite waard is.'


Roger Glover

Over de basgitaar:

'De laatste tijd speel ik op een Ovation Magnum. In Deep Purple heb ik veel op een Rickenbacker gespeeld. Later ben ik op een Gibson Thunderbird overgegaan. De eerste zakte tijdens de Amerikaanse tour in elkaar, dus kocht ik een nieuwe die ik zo af en toe gebruik. De Ovation bevalt me erg goed. Hij is erg geschikt voor rockmuziek omdat de klank nogal diep is. Het is niet direkt de beste bas ter wereld, maar veel hangt natuurlijk af van je manier van spelen. De beste basgitaren worden waarschijnlijk wel door Alembic gemaakt, maar voor mij klinken die te 'funky'. Ik sla nogal hard aan en op de Ovation gaat dat, zonder dat het geluid vervormt. Ik speel al heel lang basgitaar. Bij elkaar wel zo'n jaar of twintig, denk ik. Veranderen doe ik niet veel aan een bas. De Rickenbacker die ik lang heb gebruikt, was voorzien van Fender elementen, maar over het algemeen ben ik niet zo technisch ingesteld.'

Over platen:

'Ik koop platen als de doorsnee platenkoper. Dus niet om naar de basgitaar of de productie te luisteren. Als er iets is waar ik goed naar luister, zijn het de drums. Het slagwerk vormt de sleutel tot de rockmuziek. Op de nieuwe LP (Difficult to Cure) zal de benadering verschillend zijn van die op 'Down To Earth', onze laatste plaat. We hebben een andere drummer en ik denk dat het uiteindelijke resultaat iets bluesier wordt en ook iets harder. 'Down To Earth' was de eerste Rainbow-plaat die ik produceerde. Om dat meer waarde te geven, zijn we meer van verkoopbaarheid uitgegaan.

En omdat we zelf niet al te goed zijn in het schrijven van single materiaal, hebben we Russ Ballard gevraagd om 'Since You Been Gone' te schrijven. e hebben nogal wat kritiek gekregen op die elpee. Men vond het allemaal te licht en hoewel ik niet al te veel naar kritiek luister, is het toch erg nuttig om te weten wat de mensen denken. Belangrijk voor mij was dat 'Down To Earth' dubbel zoveel heeft verkocht als alle andere Rainbow-elpee's. Want aan zo iets kun je niet voorbijgaan. Deze nieuwe plaat benaderen we op dezelfde manier, maar ik heb het gevoel dat de hardrock er meer uit moet komen.'

Over het schrijven van muziek:

'Ritchie schrijft de muziek en ik schrijf de teksten. Tenminste, zo gaat het in eerste instantie. Iedereen draagt uiteindelijk bij. Ritchie krijgt de meeste van zijn ideeen in hotelkamers. Hij heeft er altijd veel en die werken we dan samen uit. We schrijven in de studio. Hardrock kun je niet thuis schrijven omdat huizen gebouwd zijn voor comfort en rock geen comfortabele muziek is. Het toneel en de studio en niet een oefenruimte, verschaffen je de juiste atmosfeer. De reden is dat je weet dat de tijd voorbij gaat, terwijl dat geld kost. Dus is er een constante situatie waarin je onder druk staat, waardoor je harder en sneller gaat werken en je ideeen sterker worden. In huiselijke omstandigheden kom je veel eerder aanzetten met funky, melodische dingen.'

Over produceren:

'Mijn eerste studio-ervaring was met een groep die Episode Six heette. Dat was in '65, in de PYE studio in Londen. Het was me gelukt een platendeal te krijgen en omdat er niemand was die de produktie op zich kon nemen, heb ik het maar gedaan. De plaat heette 'Pick Up A Bone'. Toen ik die produceerde, wist ik niet eens wat een producer deed of waar hij moets zitten. Dus heb ik zo mijn eigen manier van werken ontwikkeld. Ik heb erg veel bewondering voor Phil Spector. Hij is erg eigen en sterk omdat hij uniek is. Todd Rundgren kan ik waarderen, maar voor bijna alles wat hij doet.

In muzikaal opzicht heb ik geen echte voorkeuren. Ik kan alles waarderen, reggae, punk, new wave, en easy listening. Behalve misschien muzikaal behang en sommige soorten traditionele jazz. Als producer heb ik veel van symphonische orkesten gebruik gemaakt. Van mijn 2 solo-LP's, heeft er 1 een vrij klassieke benadering. De manier waarop je mixt, hangt af van het nummer, de goep en de gelegenheid. Er zijn geen vaste regels, wat mij betreft. Maar over het algemeen houd ik niet van gimmicks. Ik probeer alles zo recht mogelijk op te nemen. En hoewel ik geen 'terug naar mono' fanaat ben, ben ik van mening dat rockmuziek sterker wordt als het geluid in zijn geheel op je afkomt. Ik tracht het stereo-effect zo sterk mogelijk te maken, zonder dat het geluid teveel gespreid wordt.'


Bobby Rondinelli

Zijn Glover en vooral Blackmore bekend, drummer Rondinelli is dat (nog) niet. Het is een 25-jarige Amerikaan, die tot nog toe eigenlijk allen maar in clubs heeft gespeeld. Hij kwam bij Rainbow terecht via de vele aanbevelingen die Ritchie Blackmore bereikten. Die besloot maar eens te gaan kijken. Blackmore: 'Sommige drummers hebben alleen een goede techniek en geen goed geluid, of net andersom.

Bobby speelt hard, maar wat belangrijk is, hij weet waarom hij het doet. De heren en Blackmore en Rondinelli speelden wat samen en het klikte. Toen Cozy Powell vlak voordat de opnamen voor 'Difficult To Cure' begonnen opstapte, leverde de vervanging geen problemen op. Voor Bobby betekende het dat zijn platendebuut plaats vond in het gezelschap van zijn favoriete groep.

'Ik heb erg veel demowerk gedaan, wat me de nodige ervaring heeft verschaft. Mijn drumstel is dubbel uitgevoerd met een gong en cymbals. Ik gebruik geen syndrums. De drums nemen we in 1 keer op zodat de basis er meteen staat. Qua resonantie vind ik de Sonor drums het beste. Mijn slagwerk is van hout gemaakt waarvan ik vind dat het voller en warmer klinkt dan bijvoorbeeld fiberglas of plexiglas. Het geluid van de drums moet in de studio van het drumstel afkomen.

Er moet dus zo min mogelijk met EQ gewerkt worden. Ik demp ook niks af. Als je drums goed gestemd zijn en je gebruikt de juiste vellen op de juiste trommels, dan moet het geluid perfect zijn.

Ik gebruik zowel een boven- als een ondervel op mijn trommels. Geluid is moeilijk in woorden te omschrijven, maar het gaat er bij de drums om dat er de juiste hoeveelheid bijgeluid inzit als de zaak gestemd is. Zijn ze niet goed gestemd, dan hoor je alleen maar bijgeluiden. Weet je, het is erg eenvoudig om een deken in een bassdrum te stoppen als je de bijgeluiden wilt elimineren. Maar het gaat om de juiste stemming. Als je een gat maakt in een vel, is het gevolg dat je de druk in de trommel laat ontsnappen, waardoor het moeilijker wordt om de aanslag te controleren, terwijl je een duidelijkere klap krijgt met minder sustain en minder resonantie.

Ik stem mijn trommels niet op bepaalde noten. Alles gaat op het gehoor. In de regel staan de ondervellen wat strakker dan de bovenvellen. Stokken zijn ook belangrijk, maar de Regal 5-B heeft voldoende gewicht waardoor je power krijgt en is nog licht genoeg om technisch snel te kunnen spelen. Hoe lichter de stok, hoe sneller je kunt spelen, maar hoe lichter de klank wordt.

Ik heb 2 bassdrums waarvan de linker meestal iets hoger gestemd staat dan de rechter. De laatste gebruik ik het meest. De maten van mijn bassdrums zijn 14 x 24, de toms zijn 9 x 13, 10 x 14, 16 x 16 en 16 x 18. De cymbals zijn van Paiste. Buiten mijn Sonor heb ik nog een slagwerk. Het is een 40 jaar oud Slingerland Radioking met dierenvellen. De klank van de trommels is fantastisch. Oudere drums klinken vaak beter dan nieuwe.'


Don Airey

Toetsenist Don Airey deed ook al op de vorige Rainbow-elpee mee. Hij is de enige klassiek geschoolde van het huidige gezelschap. Ook van een experimentje is hij niet vies, hetgeen zich met name manifesteert in zijn gebruik van een sequencer. 'Ritchie heb ik al met Deep Purple zien spelen, toen ik nog een klassieke piano student was op het conservatorium van Manchester. Toetsenisten kunnen soms maar moeilijk begrip opbrengen voor gitaristen, maar mijn inzichten veranderden toen ik Ritchie voor het eerste zag spelen.

Ik werd in zekere zin wakker. Tot die tijd had ik me meer beziggehouden met jazz. Ik heb ook muziek geschreven voor het theater. Na mijn studie heb ik in cabaret-clubs over de hele wereld gespeeld. Toen ik terug kwam, vroeg Cozy Powell me voor zijn groep. Die bestond maar 1 jaar, waarna Cozy bij Rainbow ging spelen. Hij vroeg me mee te gaan, maar ik speelde liever met Jon Hiseman en Gary Moore in Collosseum. Maar in maart '79 kwam ik alsnog bij Rainbow terecht.

Mijn basis-keyboard bij Rainbow is een Hammond B-3. Ik heb eerst een andere gehad, maar die is bij een auto-ongeluk onherstelbaar beschadigd. Erg jammer, want het was het beste orgel dat ik ooit heb bespeeld. Buiten de Hammond heb ik een Yamaha CS-80 plus 2 ARP Odyssees, een mini-moogs, een Honor clavinet, een Rhodes die ik tijdens de optredens niet gebruik, Taurus baspedalen, een Orchestron, een Vocoder en een Sequencer. Het laatste apparaat wordt nog niet al te veel gebruikt. Eddy Jobson doet dat wel.

Een Sequencer is een geweldig instrument. Je ontdekt er dingen mee die je niet voor mogelijk had gehouden. Ik gebruik hem veel tijdens solo's, samen met de ARP. Ik programmeer het geheel op bepaalde herhalingen. Voor meer ruimtelijke geluiden, gebruik ik dan als toevoeging nog een oude ringmodulator. Ik gebruik bij Rainbow hoofdzakelijk accoorden en een goed krachtig geluid. Voor stringmachines, echo-effecten en andere vreemdsoortigheden heb ik geen tijd. De mini-moog is wat mij betreft, de beste synthesiser die er is. Het aantal overdubs tracht ik in de studio tot een minimum te beperken. Daarbij komt dat veel effecten bij ons niet overkomen, omdat we zo hard spelen. Toch wil ik voor deze opname een flanger op de CS-80 zetten. Live kan ik daar niets mee doen. Het is toch niet te horen.'


De studio

Om belastingtechnische redenen, neemt Rainbow altijd op het vasteland van Europa op. Deze keer is de keus gevallen op de Sweet Silence Studio van Kopenhagen. Het is een grote studio, uitgerust met een Triad-tafel, Lyrec 24 sporen machines, veel losse ruimte en talloze microfoons van uiteenlopende merken.

De apparatuur van Blackmore werd opgesteld in de voorste ruimte en werd versterkt via een Shure SM-57 die ongeveer 10 cm van de Marshall-kast af stond, plus een SM-56 op een afstand van ongeveer 1,5 meter en een U-58 op een afstand van ongeveer 60 cm van de versterker.

Elk willekeurige combinatie van deze 3 microfoons, stelde de technicus in staat om het karakteristieke Blackmore-geluid op de band te krijgen. In dezelfde ruimte staan 2 piano's. En ervan staat opgesteld aan de 'live'-kant van de ruimte. Die werd zo af en toe gebruikt, maar de andere keyboards stonden in een aparte ruimte en werden veelal direkt opgenomen. De Leslies en een baskast stonden weer in een andere ruimte en werden versterkt door een SM-58, een D-224E en een SM-56.

Het slagwerk stond in weer een andere ruimte opgesteld. De reden voor deze scheiding, is duidelijk. Men wenste geen overspraak.

Voordat er aan de opname werd begonnen, oefende de groep een week of twee. De studio werd geboekt voor een maand. In december 1980 vonden de overdubs en de mix plaats.

De opnameprocedure verliep niet volgens een vast patroon. Soms speelden de 4 muzikanten tegelijk en soms werd eerst de sequencer van Don Airey op de band gezet. Later werden er dan eerst keyboards en drums ingedubd. Roger volgde dan met de bas. Daarna speelde Ritchie wat gitaar in, waarna de keyboards weer aan de beurt kwamen. Als laatste mocht zanger Joe Lynn Turner een beetje werk verzetten.

Maar toen de basis tracks op werden genomen zat hij er meestal maar wat bij. Hij verdween dan ook op een bepaald moment om tussen de bedrijven door aan een ander project in Londen mee te werken. Zo gaat dat bij Rainbow. De groep bestaat in feite uit een aantal freelancers. Het meest betrokken bij de Rainbow-opname, is Roger Glover. Terwijl de overige heren tv kijken, eten of slapen, zit hij aan de mengtafel om het geheel te coordineren.

Omdat de studio voor een aaneengesloten periode geboekt was, bleef alles staan zoals het opgesteld was. Rainbow is live een vrij harde groep. Het volume speelt dus ook bij de opname een grote rol. Maar dat betekent niet dat het de 119 Db haalt waarmee Deep Purple het Guiness Book of Records haalde. Roger Glover: 'Ik houd van geluid op een vrij constant niveau. Soms zelfs erg zacht. Als je dezelfde muziek keer op keer weer beluistert, zoals dat in een studio gebeurt, moet je voorzichtig zijn met je oren.'




Rainbow Live

Een optreden van een groep kan erg saai zijn. Vaak houdt de aankleding op met een leuke achtergrond met ervoor een aantal muzikanten dat wat met de hoofden heen en weer zwaait. Bij Rainbow probeert men de zaak wat meer aan te kleden.

Dat houdt in dat er diverse visuele effecten als spots op het publiek, rotende leslie-lights en de bekende explosies gebruikt worden. Voeg daar het volume van de groep aan toe en je hebt een overdonderend geheel. Roger: 'Ik kan niet tegenspreken dat we een harde band zijn. Niet hard op het toneel, maar hard in de zaal. Het is een soort traditie geworden. Deep Purple was ooit de harste groep ter wereld. Maar wij willen het volume gebruiken om een goed geluid te bereiken, waar sommige groepen dingen proberen te verbergen. Dus gebruiken we een Harwell/Tasco set PA kabinetten.

Ik vind harde muziek opwindend, dus brengen we dat over op het publiek. Blackmore: 'Ik houd van drama. Zo is ook mijn muziek. Ik ben gesteld op recht voor zijn raap statements, niet van dat halve werk. Op die manier benader ik onze prestaties ook.

Geluidstechnicus David Kirkwood werkt als sinds de Purple-dagen met Ritchie Blackmore samen. Samen met nog drie vaste krachten houdt hij de technische kant van de zaak op peil. Het slagwerk dat Cozy Powell gebruikte, wijkt af van datgene wat Bobby Rondinelli waarschijnlijk zal gaan gebruiken als de groep weer op tournee gaat.

Powell had een dubbele Yamaha 9000 slagwerk en een eigen Mavis-mixer en versterker die zijn gigantische drummonitors aandreven. Ritchie gebruikt tijdens een optreden twee Marshall 4 x 12 kabinetten met een aangepaste Marshall 200 Major Amp. Een identieke installatie staat er naast opgesteld voor het geval er iets mis mocht gaan. Zijn Stratocaster sluit hij aan op de Aiwa taperecorder en een phaser. Daarna gaat het signaal naar de versterker. Zijn moog Taurus baspedalen worden direkt versterkt door 2 1 x 15 baskasten plus een 2482 JBL midhorn.

De gebruikte microfoons zijn Sennheisers 441 (bassdrum) en 421 (leslie en toms), C-451 (overhead), AKG 224E (snare), een SM-57 voor de gitaar en een SM-58 voor de zang. Een AKG D12 fungeert als een reserve voor de basgitaar, die in de regel echter samen met de keyboards en de Taurus pedalen, rechtstreeks naar de mengtafel gaat. Daarvoor worden uiteraard DI's (Direct Input) gebruikt.

De keyboards en baskasten werden ontwikkeld en gebouwd door 2 Amerikanen van de firma Piratsound te Los Angeles. Dat gebeurde al een jaar of vijf geleden. Voor de aandrijving zorgen Crown DC-300 versterkers. De kasten zijn voorzien van 18, 12 en 15 inch speakers met bovenin JBL Horns. De sequencer die een grote rol speelt in het keyboardgeluid van Don Airey is van Sequential Circuits, dezelfde firma die ook de Prophet synthesisers vervaardigd. Don sluit het apparaat aan op een mini moog. In totaal heeft de sequencer 256 noten die opgeslagen zijn in 16 afdelingen (banks) van elk 16 noten. Voor de aandrijving zorgt een klok die de electriciteit in tijd uitmeet. Wordt die sequencer voor elk optreden geladen, dan speelt hij de ingebrachte partij precies in het gewenste tempo af.

Music Maker, Mei 1981