RITCHIE BLACKMORE

DE ZWIJGER SPREEKT


Wanneer Ritchie Blackmore eind 1993 onder luid wapengekletter Deep Purple opnieuw de rug toe keert, kijkt bijna niemand daar verbaasd meer van op. Zowel de historie van Deep Purple als Rainbow wordt bepaald door hoog oplopende, publiekelijk uitgevochten onderlinge ruzies. Het stralend middelpunt in al deze consternatie is altijd en eeuwig gitarist Blackmore. De man in het zwart houdt er een fraaie reputatie aan over. Het groeiende leger voormalige collega's bestempelt hem als egocentrisch, onhandelbaar en opvliegend. Het diepe paars is voor Blackmore echter verleden tijd. De regenboog prijkt weer aan de hemel. 'Stranger In Us All' is de titel van het nieuwe album van Rainbow. Lees het verslag van de unieke ontmoeting met het fenomeen Blackmore.

Het is bepaald niet overdreven dit interview als een unicum te bestempelen. Het is bekend dat Blackmore een broertje dood heeft aan praten met buitenstaanders in de meest brede zin. Het doen van interviews is hem al helemaal een gruwel. De interviews die hij de afgelopen jaren deed zijn op de vingers van één hand te tellen.

Ook ontbrak zijn commentaar in de aflevering van BBC's TV-serie Rock Family Tree over Deep Purple, die een week na deze ontmoeting werd uitgezonden. Alles en iedereen die wat met Deep Purple te maken had gehad deed zijn zegje. De meest besproken persoon hulde zich in de van hem vertrouwde stilte.

Met een nieuw album in aantocht was de gitarist bereid zijn diepgewortelde weerzin voor een keertje opzij te zetten. De omstandigheden dienden wel ideaal te zijn. Zoals: voor de hele Europese markt niet meer dan drie vraaggesprekken, uitgesmeerd over evenveel dagen (later zou Blackmore nog enkele zogenaamde 'phoners' doen).

De gesprekken vinden bovendien plaats in het prachtige kasteel annex hotel "Wartburg", nabij Eisenach, gelegen in het voormalige Oost Duitsland. Omringd door vriendin en schoonmoeder houdt Blackmore er vakantie en audiëntie.

Al bij de eerste begroeting valt op dat Blackmore een zeer ontspannen en voorkomende indruk maakt. Zijn liefde voor kastelen is bekend en hij voelt er zich zichtbaar op zijn gemak. Zijn passie voor voetbal is mogelijk nog bekender. Het authentieke Feyenoord shirt dat uw verslaggever als cadeau heeft meegenomen valt dan ook in goede aarde: "Was het afgelopen seizoen een beetje succesvol voor de club?" Tja, wat moet je daar nu op zeggen.

Wanneer hij met het shirt op de foto gaat pakt hij nog snel even zijn gitaar uit de hoek, "Mijn twee passies: voetbal en muziek." Het gesprek vindt plaats in één van de lege eetzalen in de burcht. Buiten valt de duisternis in, maar op last van Blackmore wordt de verlichting in de ruimte gedoofd. U weet wel, de man in het zwart. Al na een kwartier moet ik bekennen mijn vragen niet meer te kunnen lezen. Minzaam lachend staat Blackmore mij toe een kaars te ontsteken. Met een mogelijk nog spookachtiger effect, "Hm, good idea", klinkt het tevreden.


HET NIEUWE ALBUM


Bekend met 's mans temperament begin ik op neutraal terrein. De nieuwe CD en de nieuwe line-up. Enig pluiswerk levert op dat zanger Dougie White ooit wat tracks inzong op albums van Alex Parche; toetsenist Paul Morris in From The Fire zat en bassist Greg Smith deel uitmaakte van Americade, Red Dawn en Alice Cooper's band. Alleen drummer John O'Reil1y is een onbeschreven blad. Het is informatie die vrijwel allemaal nieuw is voor Blackmore. Hij kreeg Paul Morris in het vizier vanwege zijn werk voor Warlock en O'Reilly werkte ooit met de oude bekende Joe Lynn Turner. "Als zanger is 't niet veelt maar hij heeft 'n neus voor goede muzikanten," luidt het twijfelachtige compliment aan het adres van één van zijn voormalige vokalisten.

"Ik heb vrij uitgebreide audities gehouden. Aangezien ik een goede mensenkennis heb én makkelijk kan inschatten wat iemand voorstelt als muzikant, selekteer ik heel snel. Vooral drummers. De meesten die komen opdraven proberen je te imponeren met complex geroffel. Dat is wel het laatste waar ik op zit te wachten. Een drummer geeft het ritme aan en vormt zo de basis van het stuk. Meer niet.

Daarnaast eis ik dat een drummer bijzonder strak is. Ik heb mijzelf het gitaarspel bijgebracht terwijl er altijd een metronoom meetikte. Ik ben daardoor enorm ritmevast. Wanneer een drummer dat niet is merk ik dat meteen. En mag hij meteen opstappen, dat spreekt voor zichzelf.

Blackmore schetst dat hij zijn personeel vooral op ijver en ervaring selecteert. Slordigheid is uit den boze. Bovenmodale ego's en neigingen al te kleurrijk voor het voetlicht te treden worden evenmin gewaardeerd. Het viertal dient een betrouwbare, vakkundige begeleidingsband te zijn. Geamuseerd vertelt Blackmore dat hij de slagwerker ook op zijn louche uiterlijk geselecteerd heeft.

"Wanneer ik met de band door de douane moet wordt hij gegarandeerd op de schouder getikt. 'Wilt u even meekomen' en kan ik rustig verder."

Omdat jij voorheen altijd de pineut was? In een oud interview las ik dat een leraar ooit de wijze raad gaf 'Ritchie ga later niet het slechte pad op want....'

Ritchie vult me glimlachend aan: ".... je ziet er schuldig uit. Of je nu wat gedaan hebt of niet. dat klopt. Dat was mijn leraar natuurkunde. Ik heb een enorme hekel aan autoriteiten. Op school had ik daar al last van en dat schijn ik nog steeds uit te stralen. Vandaar dat ze bij grenscontroles uitgerekend mij altijd uit de rij vissen."

Terwijl je toch niet bepaald bekend staat als groot verbruiker van drogerende middelen!?
"Precies, het tegendeel is eerder waar."


PAT REGAN


Terug naar de CD 'Stranger In Us All'. Het collectief heeft een CD gemaakt waarop een bevlogen Blackmore te horen is. De songs zijn uit het solide Rainbow-hout gesneden, maar het is vooral aan de soli af te horen dat het heilige vuur weer is opgeflakkerd. "Wolf To The Moon" laat via flitsende, inventieve soli horen waaraan Blackmore ook al weer zijn status aan te danken heeft.

"Ik ben producer Pat Regan veel dank verschuldigd. Hij was bijzonder kritisch en wist zo het beste in mij boven te brengen. Ik kan me nooit langer dan een half uur concentreren, ook wanneer ik soli opneem. Pat liet me niet eerder vertrekken voordat ik had afgeleverd wat hij in gedachten had. Hoe vaak hij niet gezegd heeft 'dat kan beter, doe dat nog eens' weer ik niet meer. Ik ben een paar keer woedend weggestapt, maar keerde toch weer op m'n schreden terug. Achteraf had hij ook best gelijk."

Ik kan me voorstellen dat er producers zijn die de 'legende' Blackmore liever niet tien keer terugsturen om een solo over te doen.

"Juist, die zijn er inderdaad, maar daar schiet ik natuurlijk niets mee op!"

Is het niet moeilijk om je lot in de handen van een producer te leggen?

"Natuurlijk, dat is het altijd. Aanvankelijk wilde ik er geen één. Ik bedoel, de meesten die ik ken zuipen de ganse dag koffie, duwen hun neus vol cocaine en maken je wijs dat alles geweldig is. Pat Regan werd me voorgesteld door mijn label BMG en vanwege zijn werk voor Freight Train Jane en de zangeres Harlow. (Tevreden) Hij heeft enorm hard gewerkt, Pat is een echte perfectionist."

Wat was je belangrijkste motivatie bij het maken van dit album?

"Een goed stuk muziek neerzetten. Na jarenlang gemodder bij Deep Purple had ik vooral daar een enorme behoefte aan!"


SONGS


Ik wil graag in een later stadium terugkomen op je voormalige collegae. Eerst wil ik het over wat songs hebben. Hoe zijn die tot stand gekomen?

"De melodieën komen vrijwel allemaal van mijn hand. De band in haar geheel verwerkt die tot volwaardige composities. De teksten zijn voor vijftig procent van de hand van zanger Dougie en voor de andere helft geschreven door Candice Night, mijn vriendin. Candice is een jonge, beginnende zangeres en ik denk erover om binnenkort een akoestisch album met haar op te nemen.

Het moet een ontmoeting worden tussen middeleeuwse muziek en moderne new age klanken. Het zal vergelijkbaar zijn met "Moonlight Shadow" van Mike Oldfield gezongen door de zangeres Maggie Reilly. Candice's stem heeft diezelfde klank, een plezierige stem. Het nummer "Ariel" had ik aanvankelijk speciaal voor dat project geschreven, het bleek heel goed om te bouwen tot een rocksong. Zo is het dan toch op 'Stranger In Us All' terecht gekomen. Met flarden van Candice's zang erin verwerkt, dat wel."

Ga je ook optredens doen met Candice?

"Zeker, ik zoek al geruime tijd naar een andere manier van musiceren. Ik houd me in middels dertig jaar bezig met harde rock en voel meer en meer de behoefte mijn ingetogen kant te ontplooien."


STILL I'M SAD


Blackmore praat niet, hij fluistert. Alleen bij opflakkerend enthousiasme of opkomende boosheid verheft hij zijn stem. Om vervolgens van zichzelf te schrikken en zijn gefluister te hervatten. Lachen gaat volgens hetzelfde patroon: een korte grinnik die stokt in een moment van verbazing, gevolgd door de vertrouwde somberheid.

"Emotional Crime" viel me op omdat er flarden "Keep A Knocking" van Little Richard in verwerkt zitten. Ik weet dat een van je eerste singles, uit 1963 met The Outlaws, een cover was van datzelfde nummer. Toeval of opzet?


"Wat mij betreft toeval, maar ik begin nu toch te twijfelen. Dougie heeft zich helemaal op mijn muzikale verleden gestort. Ook op die tijd. Hij zal die cover zeker tegengekomen zijn. En aangezien hij ook diegene was die met dat citaat aankwam... Ik moet hem dat beslist eens vragen."

Waarom heb je "Still I'm Sad", een cover van de Yardbirds, opnieuw opgenomen? De song stond reeds op het Rainbow debuutalbum en was medio jaren zeventig vast onderdeel van je live-set.

"Omdat het nummer zo goed aangeeft hoe ik tegen het leven aankijk. Ik ben een pessimist van het zuiverste water. Ik maak soms dingen mee die voor een opleving zorgen, maar dat is altijd tijdelijk. Zelfs na alles wat ik bereikt heb weet ik maar één ding zeker: Still I'm sad."


PEER GYNT SUITE


"Hall of The Mountain King" is een bewerking van het laatste deel van de "Peer Gynt Suite", een stuk van de Noorse klassieke componist Edvar Grieg.

"Correct, dat stuk wilde ik al ten tijde van Deep Purple opnemen, maar daar gingen de heren niet mee akkoord. Terwijl het zo'n prachtige melodie heeft. Het is niet zo moeilijk om te spelen, maar ik kan er veel emotie in kwijt."

De keuze verbaasde me nogal. Je voorliefde voor klassieke muziek is algemeen bekend, maar die richt zich uitsluitend op componisten uit de Renaissance. De Peer Gynt Suite stamt uit het eind van de vorige eeuwen wordt gerekend tot de modern klassieke muziek.

"Die opmerking is begrijpelijk, maar ik heb al heel lang een speciale band met Grieg en zijn Peer Gynt Suite. Het was een van de eerste muziekstukken die me totaal in de greep kreeg. Ik zag de uitvoering op TV toen ik een jaar of zeven was.

De uitvoering nam een uur of vier in beslag, maar dat was in die goede oude tijd nog geen enkel beletsel om het integraal uit te zenden. De BBC was toen nog heel elitair. Enfin ik was niet van de beeldbuis weg te slaan. Ik herinner dat mijn moeder een paar maal probeerde de TV uit te zetten.

'Ritchie, dit is toch niets voor een jongen van jouw leeftijd!' Wel dus, want ik was totaal gefascineerd door de prachtige melodieën. En, zo erken ik nu, door de mooie vrouwen die de rol van heksen speelden."

Daar had je dus ook al vroeg een oog voor?

(Met een veelbetekenende grijns:) "Inderdaad!"

Peer Gynt, de hoofdpersoon, wordt in het stuk heen en weer geslingerd tussen lafheid en dapperheid, waarheid en leugen. Ik kan me voorstellen dat jij je daar ook door aangesproken voelt.

"Ja maar natuurlijk. In mijn dagelijkse realiteit zijn dat uitersten waartussen ik mij beweeg. Leg ik me neer bij een situatie die mij niet aanstaat) of breng ik de pijnlijke realiteit naar voren? Ben ik laf of toon ik lef? Het zijn dilemma's waar ik vaak voor sta."


CONCERTEN


Op 17 oktober sta je in de Rotterdamse Ahoy en 1 november in het Vorst Nationaal in Brussel. Wat kunnen we verwachten? Een combinatie van oud en nieuw Rainbow materiaal?

"Ik probeer een compromis te vinden tussen wat de fans zullen waarderen en wat ik leuk vind om te spelen. Het zal er op neerkomen dat we een stuk of vijf, zes songs van 'Stranger In Us All' spelen, aangevuld met oud Rainbow en Deep Purple werk."

De Rainbow-concerten werden destijds ingeluid door een intro-tape met een stem van een meisje. De combinatie met de scheurgitaar die daarna in viel was altijd zeer effectief. Wordt dat weer van stal gehaald?

"Hm, nu je het zegt. Dat zou best een goed idee zijn. Ik was dat intro eerlijk gezegd vergeten, maar ik zal er eens over nadenken."

In het Rainbow van de jaren zeventig en tachtig was je erop gebrand in de VS een voet aan de grond te krijgen. Op wat incidentele successen na is dat nooit gelukt. Hoe zien je huidige ambities er uit?

"Het album komt er voorlopig niet eens uit, dus dat zegt genoeg. We zijn er wel mee bezig, maar het heeft niet meer de prioriteit van toen. Het zou anders betekenen dat we met een bus het hele land zouden moeten doorkruisen. Zo'n avontuur is leuk wanneer je eenentwintig bent. Op je vijftigste heb je wel wat beters te doen. Ik woon zelf in de VS, in Long Beach, maar begrijp niets van de doorsnee Amerikaanse consument. Alleen bands met een shockerend imago schijnen er aan de bak te kunnen komen. (Met een minachtend lachje:) Acts als Guns'n'Roses en allerlei vage grunge bands."

Voel je je niet aangesproken door de somberheid die veel van die formaties uit Seattle uitstralen?

"Ach, Nirvana kan ik wel hebben. De rest bestaat uit meelopers, die bovendien niet kunnen spelen. Het is trendy rommel die weer snel vergeten zal zijn."

Steve Lukather van Toto beklaagde zich tegenover mij ook al eens over het Amerikaanse muzikale klimaat.

"Die jongen zit inderdaad in hetzelfde schuitje. Hij is een absolute topmuzikant, die vanwege het ontbreken van het één of andere imago door het grote publiek genegeerd wordt. Onbegrijpelijk!"

Welke bands kunnen wel je goedkeuring wegdragen?

"Mijn favoriete band van de afgelopen jaren is Kings X. Dat is in alle opzichten een topformatie. De songs zijn geweldig, technisch is het dik in orde en hun zang is oorstrelend. Het is een band die wereldroem verdient!"

Maar die vooralsnog niet krijgt.

"Dat is heel jammer!"


GITAAR


Bij een gitarist van dit zeldzame kaliber wil je natuurlijk weten hoe en wanneer de gitaar in zijn leven opdook. Blackmore kan het zich nog haarscherp voor de geest halen.

"Ik was een jaar of negen toen een vriendje er mee aankwam. Ik zag het instrument en ik wist het vanaf de eerste seconde, dit is het helemaal! Ik heb mijn ouders de kop gek gezeurd, want ik wilde er ook één. Mijn vader sprak toen woorden die me lang zijn bijgebleven: 'zoon, je kunt 'm krijgen, maar als je er niet je best op doet, zal ik de gitaar op je hoofd aan stukken slaan!' Die kans gunde ik hem niet, daar heb ik wel voor gezorgd." (Blackmore glimlacht bij de herinnering) om serieus te vervolgen.) "De gitaar heeft mijn hele leven bepaald. Ik was een mager, bleek en somber kind, een voortdurende bron van zorgen voor mijn ouders. Een typisch probleemgeval. Ik haatte school en daar waren mijn resultaten dan ook naar. Ik dreigde voor galg en rad op te groeien. Ik was in alle denkbare opzichten een nietsnut. Rock'n'roll heeft mij voor de poorten van de hel weggesleept. Dankzij de gitaar heb ik voor mezelf een zinvolle functie in de maatschappij verworven. In plaats van een gevaar voor de mensheid ben ik een gerespekteerd gitarist. (Heel nadrukkelijk:) Ik moet er niet aan denken hoe het met me afgelopen was, wanneer dat jongetje niet met zijn gitaar was langsgekomen."

Wie waren je helden in die tijd?

"Eddie Cochran en Buddy Holly."

Wanneer besefte je dat je gedoemd was als muzikant je brood te verdienen?

"Toen ik een jaar of veertien was. Vanaf mijn zestiende heb ik dat ook daadwerkelijk gedaan. Ik had mijn band waar we het zo juist over hadden, The Outlaws en ik deed veel sessiewerk. Zowel in de studio als op het podium. Ik heb enkele maanden optredens gedaan met de Amerikaanse rock'n'roll helden Gene Vincent en Jerry Lee Lewis. De laatste zal ik nooit vergeten. Hij had de gewoonte muzikanten die hem niet bevielen tijdens optredens recht op het gezicht te meppen. Op mijn eerste avond in zijn band beende hij op me af. Nu zal je het hebben, schoot er door me heen . Hij bleef me minuten lang aanstaren terwijl ik met het zweet in mijn handen doorsoleerde. En me schrap zette voor de klap. Hij blafte echter een kort compliment in m'n oren en verdween weer in de richting van z'n piano. En dan zeggen ze dat ik vreemd ben...

Het speelde zich allemaal af in de jaren '62 tot '68. Daarna kwam alles in het teken van Deep Purple te staan."

Wat is het mooiste compliment dat je ooit hebt ontvangen voor je gitaarspel?

"Grappig genoeg heeft dat alles te maken met de single van The Outlaws, waar we het zojuist over hadden. Het gaat om de song "Shake With Me", dat op de B-kant stond. Ik weet nog dat de producer me beval: 'Ritchie, trek je hele trucendoos open. Ruk aan je tremelo, duw je snaren op; de hele mikmak.' Na een fikse borrel lukte me dat best. Jaren later, het moet omstreeks 1968 geweest zijn, hoorde ik van Jeff Beck dat hij die single had laten horen aan Jimi Hendrix. Zowel Jeff als Jimi waren er kapot van. Dat was het mooiste schouderklopje dat ik ooit mocht ontvangen. Juist omdat zij mijn twee grootste helden zijn."

Een selectie van Blackmore sixties sessiewerk, met o.a. "Shake With Me", is te vinden op de CD Ritchie Blackmore "Take It!" op het R.P.M. Label, uitgebracht in 1994.


SLIDE


Ik heb zo'n beetje alle platen waarop je te horen bent, maar 'Stranger In Us All' is volgens mij één van de eerste waarop je prominent slidegitaar speelt.

"Dat klopt. Ik houd enorm van slidegitaar, maar heb me nooit kunnen vinden in de manier waarop het doorgaans gespeeld wordt: onder de hals langs met de bottleneck om de pink. Het glissando is veel vloeiender wanneer ik het in mijn hele hand houd en bovenlangs beweeg, zoals als een steelguitar-speler, omdat de beweging van uit je pols komt en niet van uit je pink. Het heeft enige tijd geduurd voordat ik die techniek goed beheerste. Het levert in een aantal songs een traditioneel gevoel op dat me aanspreekt. Ik merk dat ik met het klimmen der jaren meer ga houden van goede melodieën, ook in mijn soli. Toen ik zeventien was propte ik het liefst zoveel mogelijk noten in één solo. Dat was toen de uitdaging. De laatste jaren zijn emotie en melodie belangrijker geworden.


SOLI


Wat staat bij het schrijven van songs voorop: de structuur van de song of de solo?

"Daarover kan ik heel duidelijk zijn. Vrijwel al mijn aandacht gaar uit naar het schrijven van een doortimmerde compositie. Dougie verbaasde zich daar onlangs nog over, 'je bent weken aan het sleutelen aan een song terwijl er maar een paar dag en voor de soli overschieten!' Zo is het nu eenmaal.

Het publiek heeft een rare indruk van mij, niet alleen wat dit betreft, maar okay. De indruk bestaat dat alles in dienst staat van Mijn Lange Solo. Onzin! De song komt op de eerste plaats en daar wordt in laatste instantie de solo aan toegevoegd. Die is van secundair belang.

Iemand vroeg me gisteravond, "waarom maak je geen echt solo-album, met alleen maar instrumentale stukken?" Dat vind ik niet interessant. Ik houd van het functioneren binnen een volwaardige band. Ik geniet best van het spel van Leo Kottke of Adrian Legg.

Dat soort muziek maak ik thuis ook heel vaak. Ik mis alleen voorlopig het zelfvertrouwen om alleen het podium op te stappen. Als ik erover nadenk, zie ik alleen maar een publiek voor me dat alles wat los en vast zit naar mijn hoofd keilt. Voorlopig houd ik vast aan de beschutting van een rockband."

Jeff Beck zei vroeger dat hij zijn mooiste muziek thuis maakte; lui hangend in zijn schommelstoel, los van stress en andere vormen van afleiding.

"Zo ervaar ik dat ook. Ik zit thuis de ganse dag te tokkelen en zweef soms naar hoogten die ik op een podium vermoedelijk nooit zal bereiken. Je bent op je best wanneer je op je gemak bent. Bij concerten ben ik dat zelden. Het is zelfs zo dat ik om mijzelf te kalmeren voordat ik het podium op moet, altijd een paar fikse borrels nodig heb."


FENDER


Ritchie Blackmore en zijn Fender Strat zijn al een paar decennia onafscheidelijk. Opmerkelijk is dat bij tot en met Deep Purple's 'Concert For Group And Orchestra' (1969) trouw de Gibson en incidenteel een Hofner hanteerde. Pas met ingang van 'Deep Purple In Rock' (1970) koos hij voor de Fender Strat. Om daar nooit meer van terug te komen.

"Mijn eerste Fender kocht ik eind jaren zestig van een roadie, die het instrument op zijn beurt van Eric Clapton had gekregen. Ik was vooral geinteresseerd geraakt vanwege het moois dat Jimi Hendrix ermee uithaalde. Het was een oud, lastig te bespelen instrument omdat de actie (de afstand tussen de snaren en de hals) hoog was. De klank daarentegen, was fantastisch. Het was een uitdaging om het instrument onder de knie te krijgen. Toen ik eenmaal zo ver was wilde ik niets anders meer. Midden jaren zeventig werd het mode om een Gibson te bespelen, voor al vanwege het succes van Jimmy Page in Led Zeppelin. Als iets een trend wordt, is het voor mij juist een reden om het niet te doen! Ik heb 'n herkenbare stijl ontwikkeld en zal alleen daarom al mijn Fender trouw blijven."


CLONES


Blackmore wordt door talloze gitaristen als een groot voorbeeld gezien. Jongens als John Norum en Yngwie Malmsteen moeten in hun prille jaren menig Blackmore-riff en solo nagespeeld hebben. Over deze laatste collega heeft Blackmore een uitgesproken mening:

"Het is een beetje een raar kereltje. Het is sowieso griezelig om zo gekopieerd te worden, tot in je bewegingen toe. Laat ik voorop stellen dat ik zijn snelheid bewonder. Alleen hij legt het er te dik bovenop. Het is knap, maar mist passie. En dan de kleding van die jongen; ik hoop niet dat ik hem op die gedachte heb gebracht. Die rare jasjes en idiote overhemden! Hij zou echt eens een andere kleding adviseur moeten nemen! (Peinzend) Het in de fik steken van je gitaar is ook niet meer van deze tijd. Ik deed het ooit, keek het af van Hendrix, die het idee pikte van Pete Townshend. Hoe origineel is Malmsteen dan nog?"

Stuit je vaak op jong en veel belovend gitaartalent?

"Ach, ik lees natuurlijk de gitaarbladen en je ziet daar elke maand dertig nieuwe 'wonderen der gitaartechniek'. Het zijn jongens die puur kicken op snelheid en techniek. Dat interesseert me allemaal geen barst. Ik houd van goede liedjes, fraaie zang en een sfeer die me aanspreekt. Snelheid is irrelevant. (Na een korte pauze:) En verder luister ik vrijwel alleen naar klassieke muziek."


LINE-UP


Zowel Deep Purple als Rainbow bestonden onveranderd uit een zanger, gitarist, toetsenist, bassist en drummer. Vond Ritchie het nooit een uitdaging die hegemonie te doorbreken?

"Ik kan me de vraag voorstellen, maar nee, daar heb ik nog nooit de behoefte aan gehad. Het is heel lekker om met een extra slaggitarist te spelen, begrijp me goed, want je kunt onbekommerd doorsoleren zonder dat er gaten vallen. Het is juist een uitdaging om te spelen met een toetsenist. Als enige gitarist dien ik het hele spectrum, zowel slag als solo, voor mijn rekening te nemen en tegelijkertijd samen te werken met een toetsenist. Als de 'chemistry' goed is heb je een combinatie om van te dromen."


BLUES


Gitaristen als Gary Moore, Pat Travers en Rick Derringer hebben hun loopbaan met succes een draai gegeven door spontaan last van de blues te krijgen. Blackmore bevestigt dat hij van managementswege diverse malen op die optie gewezen is.

"Luister eens even, als ik in de pas wil lopen met de jaren negentig moet ik een blues-CD opnemen en een 'unplugged' sessie voor MTV doen. Juist omdat het in de mode is moet ik er niets van hebben. Ik wil best een blues- of een akoestisch album opnemen, maar dan pas wanneer die rage overgewaaid is. Als men mij dan verwijt niet up-to-date te zijn kan ik slechts mijn schouders ophalen. Ik traditioneel? Mag ik alsjeblieft, ik draai al dertig jaar mee. Ik ben niet van plan om me in alle mogelijke bochten te wringen om onder de aandacht te komen. Als je me vraagt of er een video geschoten zal worden dan zeg ik, waarschijnlijk niet. Rainbow is niet het soort band dat baat zal hebben bij zo'n medium. Het podium is ons strijdperk."


PURPLE PLATEN


Ritchie neemt even een pauze om door de recente Aardschok te bladeren. De prominente aankondiging van het Rainbow album ontlokt een goedkeurend gemompel. Ik vraag hem ook even de achterkant te bekijken, waar geadverteerd is voor de jubileum editie van 'Deep Purple In Rock'. Blackmore reageert als door een wesp gestoken.

"Ik hoorde gisteren voor het eerst van deze heruitgave. Het album is voor het grootste deel door mij geschreven, maar mij even inlichten, ho maar! Het is pure geldklopperij, kijk zelf maar wat er aan zogenaamde bonustracks op staat: een handvol remixen, jams en wat gebabbel in de studio. Mijn advies: koop dit album NIET!"

Blackmore raakt plots behoorlijk geëmotioneerd. Opeens wordt zichtbaar hoe vervelend het kan zijn om 't met de man aan de stok te krijgen. Hij vervolgt briesend: "En nog wat, die handtekening hebben ze vervalst. Ik heb voor dat hoesje nooit een handtekening afgegeven. Die is door iemand nagemaakt. En nog klungelig ook!"

Nu we het toch over vage albums hebben. Wat is je mening over die 1ive-registratie van jouw laatste weken in Deep Purple 'Come Hell Or High Water'?

"Geen flauw idee!"

Hoe bedoel je dat?

"Ik heb die CD nimmer ontvangen en ik wil hem niet hebben ook! Ik verzorg liever m'n katten dan me te verdiepen in zulke irrelevante zaken."

Blackmore's vriendin, die haar hoofd even om de hoek van de deur steekt, maakt zich giechelend uit de voeten. Er zijn wel erg veel Deep Purple live-albums op de markt, vind je ook niet?
"Oh, veel te veel! Ik ken geen band die zo vreselijk uitgemolken is als Deep Purple. Het is een schande! Ik raad iedereen aan om zeer selectief te zijn, want er is veel kaf onder het koren."

Hoe heeft dit allemaal kunnen gebeuren? Ik vermoed dat er tussen de twintig en dertig (legale) live CD's in omloop zijn.

"Omdat onze managers altijd boeven blijken te zijn. Werken met dit gespuis heeft mijn visie op de mensheid sterk beinvloed. In negatieve zin wel te verstaan. Managers stappen op je af met grote verhalen, maar als je even niet goed oplet, maken ze misbruik van je. Pakken ze geld waar ze geen recht op hebben. De afgelopen twee jaar heb ik gebruikt om managers en platenlabels voor de rechter te slepen. Ik krijg van vrijwel iedereen nog geld. En allemaal zijn ze het 'zogenaamd vergeten over te maken'. Oh, wat kan ik me daar kwaad over maken. De manager die mij vertegenwoordigde tijdens de laatste Purple-tour heeft me ook opgelicht. Gillan waarschuwde me nog, 'die jongen is niet te vertrouwen.' (Blackmore's relaas stokt even) Hm, goed beschouwd toch aardig om me dat te vertellen en die Gillan had nog gelijk ook. Die knaap vertegenwoordigde ook Roger Glover. Ik zal hem binnenkort bellen. Kunnen we die gozer gezamenlijk een proces aan de broek doen. Er valt met mij niet te spotten en dat wil ik ze laten weten ook!"

Wat zijn jouw favoriete Deep Purple platen?

"'In Rock' natuurlijk, dat is Deep Purple op het hoogtepunt. 'Machine Head' kent nog een paar goede momenten. Daarna werd het snel minder vanwege het gebrek aan tijd waarmee we te kampen hadden. We waren voortdurend op tournee, waardoor 'Fireball' een haastklus werd. 'Perfect Strangers' was één van de betere platen, met name het titelnummer is sterk. Vooral vanwege de zang, zo moet ik erkennen. Gillan had het toen nog in zich. Het ding dat daarna kwam, kom, hoe heet dat album ook alweer..."

'The House Of Blue Light'?

"Precies, dat was weer helemaal niets. 'Conceno For Group And Orchestra' Jon Lord's warrige hersenspinsel, was ook een gedrocht. Ik had me daar nooit mee in moeten laten. Toen hij weer met zo'n neo-klassiek project op de proppen kwam ('Gemini Suite uit 1972') heb ik vriendelijk doch beslist bedankt voor de eer."


DE BREUK


Eind 1993 komt het dus tot een breuk tussen Blackmore en de andere leden van Deep Purple. Oorzaak is de hoog opgelopen gemoederen tijdens een Europese tournee in oktober en november van dat jaar. De tournee voert ook langs het Rotterdamse Ahoy, waar een merk waardig optreden plaatsvindt. Ik vraag Blackmore naar de juiste toedracht.

"Deep Purple was in die periode verworden tot een risicoloos doortuffende trein. Fut of ambitie was in geen velden of wegen meer te bekennen. Toen die situatie me duidelijk werd had ik het snel gezien. We waren op pad om een walgelijk slecht album te promoten, 'The Battle Rages On'. Maar de problemen spitsten zich vooral toe op Gillan. Het was na een optreden in Rotterdam dat ik de jongens een briefje schreef, praten met elkaar deden we al weken niet meer, met als essentiële boodschap 'aan het eind van deze toer stap ik op. Ik wens niet langer deel uit te maken van een band waarin ook Ian Gillan zit.' Er moet iets gebeurd zijn tijdens dat concert in Rotterdam . Jij was er bij? Weet jij het misschien nog?"

Zeker, ik wil je geheugen best opfrissen. Gillan kuchte regelmatig hard in zijn microfoon, om zo jouw gesoleer in te dammen. Tijdens "Smoke On The Water" pingelde jij dwars door Gillan's zanglijnen heen. Nog vals ook. Wat bij Gillan gebaren van wanhoop ontlokte. Jouw gezicht stond het hele optreden op storm, de spanning op het podium was om te snijden... Van dat soort dingen, moet ik doorgaan?

"Nee, nee, het begint me weer te dagen. Ik moet toegeven dat het hee1 herkenbaar is. Die toer was een absolute hel. Gillan vergat regelmatig hele stukken tekst van de nieuwere songs, iets waar hij al jaren mee te kampen heeft en wenkte dan naar mij of ik de hiaten wilde opvullen. Terwijl hij in een hoekje stond te kuchen en te rochelen. Ja, zo zit deze jongen dus niet in elkaar. Ik draaide mijn gitaar half dicht zodat iedereen getuige kon zijn van zijn genante performance. En als hij dan woedend op me af beende stopte ik helemaal met spelen. (Blackmore heft de handen ten hemel, zoals hij dat destijds ook deed).

Ja kom nou, ieder zijn taak hoor. Als iemand de boel verknalt, hebben ze aan mij een kwaaie en dat heeft Gillan ondervonden. Hij zuipt, is vergeetachtig en is als zanger geen cent meer waard. Voor de persoon en de zanger Ian Gillan heb ik geen greintje respect meer. Als ik klaagde over de ondermaatse prestaties werd het halfzacht gesust. 'Ach, het valt best wel mee, Gillan had z'n dag niet zo... Het zal waarschijnlijk niemand opgevallen zijn.' Die woorden rolden uit monden van mensen die er natuurlijk baat bij hadden dat de zaak lekker door bleef hobbelen: managers en uitgekakte muzikanten, zodat het geld bleef binnen komen! Daar trapte ik natuurlijk niet in. Die avond in Rotterdam zei mijn vriendin, die dus geen financiële belangen in Deep Purple heeft: 'Ritchie, dit kan niet meer, dit dreigt vreselijk genant te worden. Wat hier gebeurt is een bedreiging voor je reputatie als muzikant. Vandaar die brief. Roger heeft toen nog gevraagd om een gesprek, maar daarvoor zag ik geen aanleiding meer."

Waarschijnlijk wilde Roger Glover even babbelen over de Japanse tournee, die meteen na de Europese op de agenda stond. Denk je niet? Blackmore vertrekt geen spier.

"Och, toen ik mijn vertrek aankondigde hadden we nog drie weken voor de boeg. Tijd genoeg om voor mij een vervanger te zoeken. Hoe dan ook, ik kreeg natuurlijk de zwarte Piet toegespeeld."

Verbaast dat je nog? Met hoeveel mensen heb je in de afgelopen jaren geen ruzie gehad. Tientallen!

"Okay, maar ik weet precies over welke mensen je het hebt. (Tikt venijnig met zijn wijsvinger op de tafel) Als je nu een lijst bij je zou hebben, kon ik je stuk voor stuk vertellen wanneer en waarom ik ze eruit geschopt heb. Het waren allemaal zeer plausibele redenen!"

Steekt het je niet, dat je aan al die drama's zo'n beruchte naam hebt overgehouden?

(Haalt de schouders op:) "Nee, ik weet wat er zich achter de schermen afspeelde. Ik lig niet wakker van de indruk die de buitenwacht daarvan heeft."


ZELFDESTRUCTIE


Toch heb ik, je loopbaan overziend, de indruk dat een drang tot zelfdestructie je niet vreemd is. Deep Purple valt begin jaren zeventig op het toppunt van haar roem langzaam uiteen. Rainbow hef je op aan de vooravond van een Amerikaanse doorbraak. De succesvolle reünie van Deep Purple mark II is inmiddels ook al weer verleden tijd. Wat is dat toch?

(Zuchtend) "Tja, daar zit wel wat in. Het is het voorrecht van een artiest om eerst iets te creëren en dat vervolgens tot op de grond af te breken. In beide schep ik een merkwaardig genoegen. Als iets te succesvol dreigt te worden, haal ik de slopershamer tevoorschijn."

Roger Glover's analyse tegenover mij was dat jij chronisch ontevreden bent.

"Dat ben ik inderdaad. Ik heb voornamelijk oog voor de imperfectie, zowel van mensen als van muziek. Ook mijn eigen werk. Dat maakt dat ik me zo vaak zo somber en rusteloos voel. Ik kan daar niets aan doen. Het zit me al op de hielen zolang ik me kan herinneren."

Lijkt me vermoeiend...

"Soms is het dat ook, maar het heeft me geleerd te leven in overeenstemming met mijn eigen normen en inzichten. Ook al begrijpt een buitenstaander daar vaak niets van. Commerciële belangen hebben voor mij nooit iets betekend. Man, wat hebben we daar binnen Deep Purple een ruzie over gehad. Ik zal je een voorbeeldje geven. Als ik vond dat het publiek niet enthousiast genoeg op onze shows reageerde, terwijl we enorm ons best hadden gedaan, weigerde ik pertinent een toegift te doen. Hoe hard het publiek ook 'we want more' scandeerde. Hadden ze zich tijdens het reguliere deel maar moeten laten horen. Dan werd er altijd op me ingepraat, 'kom op Ritchie, denk aan onze carrière.' Dat soort argumenten laat mij volstrekt koud."

Herinner jij je nog die twee Ahoyconcerten in februari 1987? Het eerste optreden was geweldig, terwijl het tweede ronduit rampzalig was. Sindsdien doen hardnekkige geruchten de ronde dat een door jou verloren voetba1wedstrijd daarvan de oorzaak was.

"Lijkt me uitgesloten. Wanneer we twee shows op dezelfde locatie doen gaan we inderdaad vaak voetballen. De uitslag daarvan heeft nooit effect gehad op mijn prestaties. Deze concerten kan ik mij niet meer voor de geest halen, maar er is waarschijnlijk wat anders aan de hand geweest. Er was zo vaak gedonder..."


BEGRIP


Verwacht je ooit nog terug te keren naar Deep Purple?

"Ik zou best voor wat incidentele optredens willen terugkeren. Ik vermoed alleen dat mijn voormalige collegae daar niet op zitten te wachten. Een permanente terugkeer? Nee, dat is voor honderd procent uitgesloten.!"

Vorig jaar interviewde ik Roger Glover en hij leek oprecht droevig over al deze ontwikkelingen. Hij vertelde me dat hij, ondanks die jarenlange samenwerking met jou als muzikant en producer, niets van je begreep. Hij had het gevoel je nog steeds niet te kennen.

"Het is grappig dat je dat vertelt en ik kan me dat heel goed voorstellen. We zijn allemaal op een gezamenlijk punt begonnen, maar ik heb me spiritueel en muzikaal ontwikkeld op een volstrekt andere manier dan zij. We spreken in feite een heel andere taal. Ik heb nog ambitie, zij weten niet eens meer wat dat begrip inhoudt."

Doet het toch geen pijn, ik bedoel, jullie hebben toch ook een hoeveelheid prachtige muziek op jullie geweten?

"Natuurlijk doet het pijn, maar ik zie geen alternatief. Het is een gepasseerd station. Roger is okay, maar de rest is uitgeblust. Ik heb nu eenmaal enthousiaste muzikanten in mijn omgeving nodig."

Zeggen de namen Joe Satriani en Steve Morse je iets?

(Lachend) "Zeker. Satriani is snel maar mist echte 'soul'. Morse is een heel ander verhaal. Die volg ik al sinds zijn rol binnen The Dixie Dregs. Hij koppelt virtuositeit wel aan emotie. Petje af voor deze jongen."

Je kunt terugkijken op een woelig muzikaal leven. Aan welke samen werking koester je wel goede herinneringen?

"Dat is uitgerekend een band waar vrijwel niemand ooit iets van gehoord heeft. Halverwege de jaren zestig zat ik in een trio The Three Musketeers. Het was een 'novelty act', waarmee ik in Hamburg heel succesvol was. We speelden razendsnelle instrumentale nummers en onderbraken die met echte zwaardgevechten. We waren gekleed als de drie musketiers, zoals je zult begrijpen. Ik kon enorm goed opschieten met de andere twee leden. Het was een bijzondere tijd. We hadden geen cent te makken, maar er waren meisjes genoeg waar we konden logeren. Het was nog allemaal heel pril en puur. De commercie had nog geen greep op onze levens gekregen. De laatste tijd denk ik veel terug aan die ongecompliceerde periode. Ik zou die twee ex-collega's heel graag weer eens ontmoeten, om herinneringen op te halen. Ik ben ze helaas uit het oog verloren. Er zijn momenteel diverse acties gaande om hen op te sporen. Ik hoop dat die spoedig vruchten afwerpen!"


JOURNALISTEN


Zoals in de aanhef van dit artikel staat, heeft Blackmore een ferme hekel aan het doen van interviews. Terwijl dit gesprek in alle gemoedelijkheid het derde uur inro1t en Blackmore een nieuwe pul bier laat aanrukken, vraag ik hem waarop die weerzin gebaseerd is.

"Omdat ik een bloedhekel aan 'small talk' heb. Ik heb het jarenlang vanuit mijn ooghoeken gadegeslagen.Wordt een muzikant onderworpen aan tien gesprekjes per dag, 'onze nieuwste plaat is geweldig, blablabla'. Af-schu-we-lijk! Ik kan dat niet. Ik ben te gevoelig voor het leven en zeker voor dit soort activiteiten. Ik heb dagen dat ik niet wil praten, dus ook niet met journalisten. Zet je me er dan toch tegenover, wordt het gegarandeerd een drama. Ik wil best praten over mijn emoties, mijn verleden en mijn angsten, maar niet in het kader van zo'n beroerde publiciteitscampagne. Je bent daarin niets meer dan een pion in de handen van de marketingmanagers."

Met je muziek als het produkt.

"Juist, dat alles houd ik verre van mij. Daarom schoof ik interview verzoeken altijd door naar de zanger, ofzo. Die jongen ging dan de hele dag zitten kleppen en voelde zich van weersomstuit gepromoveerd tot 'spreekbuis' van de band. (Met een duivelse grijns) Ach, dat offer had ik er graag voor over."

Waarom was je nu wel te porren voor een paar interviews?

"Omdat ik nu de tijd heb om te praten zolang ik maar wil. En waarover ik maar wil. Het zijn in alle opzichten ideale condities. Het kasteel, de enorme rust en mijn dierbaren in mijn nabijheid. Onder dit soort omstandigheden kun je veel verder gaan dan het domweg promoten van je laatste album. Het is een opzet waar ik wel voor in was."

Blackmore vertelt vervolgens uitvoerig hoe zijn overgevoeligheid hem in de wereld van de geesten gedreven heeft. Mensen stellen teleur en geesten niet, aldus de gitarist. Halverwege het gesprek veert hij op, "volgens mij zweven hier geesten rond."

De ogen speuren door de lege ruimte. Het mysterieuze schijnsel blijkt slechts een antieke spiegel in een donkere hoek van het vertrek te zijn. Tot grote teleurstelling van Blackmore.

"Ik trek heel veel tijd uit voor het communiceren met geesten, ondermeer door het doen van seances. Het is een heel pure en directe communicatie. Van een kwaliteit die je tussen mensen vrijwel niet tegenkomt. Hoewel het de goede kant opgaat.

De hogere manier van denken, zoals die door de new age gepropageerd wordt, spreekt me enorm aan. Het verrijken van je geest, in plaats van het spekken van je portemonnaie. Je mag me wat dat betreft gerust een aanhanger van de new age gedachte noemen."


TOEGIFT


Het interview heeft inmiddels de drie uur ruimschoots overschreden, maar Blackmore is nog niet klaar. Nadat ik hem oprecht dank voor het openhartige gesprek neemt hij opnieuw de akoestische gitaar ter hand en sluit die aan op een minuscule gitaarversterker, het soort dat je aan je broekriem kunt clippen.

"Ik loop hier de hele dag al mee rond en speel lekker wat voor me uit. Zo kwam ik vanmiddag nog in een rare situatie terecht. Tijdens mijn wandelingetje door het kasteel liep ik per ongeluk een eetzaal binnen, waar een grote groep zakenlieden zat te dineren. Ze waren al eerder vermaakt door een groepje ingehuurde minstreels. Ik kreeg een beleefd applaus, want ze dachten waarschijnlijk dat ik de volgende lokale attractie was. Enfin, ik ben ook de beroerdste niet en gooide er een fraai klassiek thema tegenaan. Al na een minuut kon ik niet meer boven het geroezemoes uitkomen. (Blackmore's ogen schieten vuur) Toen ben ik teleurgesteld weggelopen. Ik heb vervolgens geprobeerd die minstreels nog wat trucjes aan de hand te doen. Die hadden daar nauwelijks belangstelling voor."

Weer die vernietigende blik. Razendsnel vliegen zijn vingers over de snaren. Zoveel klasse en zo dichtbij, het is te mooi om waar te zijn. Om het jongensboekencliche van stal te halen: je hebt de neiging om in je arm te knijpen. De rentree van Ritchie's jonge, mooie vriendin Candice brengt hem op een idee. "Kom, zing wat. Ik begeleid je wel." Inmiddels arriveren ook twee vertegenwoordigers van de platenmaatschappij BMG en Ritchie's schoonmoeder. Zo zit een piepklein publiek voor een dubbeltje op de eerste rang. Het is inmiddels een uur of twee 's nachts. Het kasteel slaapt en een kaars is nog altijd de enige lichtbron. De oude ruimte heeft een prachtige akoestiek.

Zo blijkt als Candice met heldere stem enkele zelfgeschreven liedjes zingt. Het zijn ingetogen, traditionele miniatuurtjes die aanvankelijk uiterst smaakvol door Blackmore worden ingekleurd. Indrukwekkend is de akoestische uitvoering van "Ariel". Blackmore zou Blackmore echter niet zijn wanneer hij niet spoedig zijn bescheidenheid zou laten varen. Te pas en vooral te onpas leeft hij zich uit in snelle soli, Candice ondergaat deze onderbrekingen aanvankelijk geduldig, maar kan het niet nalaten na de zoveelste uitspatting een ferme pets op de klankkast van de gitaar te geven. 'Je zit weer eens op te scheppen Ritchie!'

Ze blikt ook een paar keer veelbetekenend opzij wanneer Ritchie in de fout gaat. Ik vraag me in stilte af wat voor slagveld er was ontstaan als een Ian of Roger hem zo kordaat zou aanpakken... Maar niets kan Blackmore's goede humeur verpesten op deze avond. Als moderne troubadours speelt en zingt het duo onverdroten voort.

Wanneer Ritchie "Our Song" aankondigt als een liedje dat hij schreef voor het dertigjarig huwelijk van zijn schoonouders bekruipt me toch een licht gevoel van gene. "Ik kan mijn ogen nooit droog houden bij dat lied", kirt schoonmoeder zichtbaar ontroerd.

Verbeeld ik het me, of hoor ik echt hoe rock'n'roll in gestrekte draf de ophaalbrug afgaloppeert? De aubade is echter best om aan te horen. Het blijkt een simpel en eerlijk deuntje, opgedragen aan mensen die klaarblijkelijk veel voor Blackmore betekenen. De weggeëbde gene slaat weer keihard toe als Blackmore zijn gehoor vraagt ook eens een vokaal steentje bij te dragen. Iets van The Beatles of een willekeurige evergreen? Een vriendelijk aanbod, maar neen, uw verslaggever laat zich niet verleiden. Ook al zal deze niet snel weer dergelijke begeleiding ter beschikking krijgen.

Candice buigt zich dan maar over de klassiekers als "Lilly Marlene", "Edelweis" (inderdaad, uit 'The Sound Of Music'), "Greensleeves" en "Goodnight Irene". Het verzoek om een laatste liedje "One for the road" wordt ook nog ingewilligd. Het wordt een instrumentaal, Engels slaapliedje. Met de gitaar om de nek wandelt Blackmore mee naar buiten. Terwijl wij begeleid door rustgevend getokkel de duisternis instappen, horen we nog net hoe de gitarist vermanend door zijn vriendin wordt toegesproken."Ssst, Ritchie, het is middernacht. Je maakt de gasten in het hotel nog wakker!" Het is abrupt stil...


© Robert Haagsma, Aardschok Oktober 1995