RITCHIE BLACKMORE



Betwistbaar de beste elektrische rockgitarist is Ritchie Blackmore, een raadsel en een legende op zich. Anderen zullen een dergelijke benaming, bewerend dat Beck, Clapton, Page betere spelers zijn, wellicht betwisten, maar het eind van het liedje is dat zoiets altijd neer komt op persoonlijke smaak en dat naar aanleiding daarvan iemand een voorkeur voor één van deze drie aan de dag legt. De feeling van Blackmore mag je wel niet aanspreken maar zijn techniek alleen is beslist superieur aan die van Page en Clapton en waarschijnlijk gelijk aan die van Beck.

In feite is zijn "feel" of stijl (noem het wat je wilt) een van Ritchie's meest merkwaardige kwaliteiten. Tegenwoordig zijn de meeste van zijn solo's, en zeker de betere Rainbow nummers, gebaseerd op zijn affectie voor de middeleeuwse en baroque muziek, een affectie die er toe heeft geleid dat hij ter verstrooiing en vermaak cello is gaan spelen.

Hoewel hij er pas in '74/'75 aan begonnen is, begint de invloed ervan duidelijk te worden, evenals de ontwikkeling om liever met modale vormen dan met toonladders te werken. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het vreemde orientaals/middeleeuws geintegreerde geluid van "Gates of Babylon", een nummer van zijn laatste elpee "Long live Rock'n'Roll". Waar de meeste gitaristen een blues ondergrond hebben, is Blackmore volstrekt individualistisch waarbij hij werkt met unieke ideeën die alleen hij aankan. In zijn achtergrond is hiervoor geen aanwijsbare reden te vinden. Hij begon op zeer normale leeftijd (elf) met een goedkope Framus gitaar en zat op dertienjarige leeftijd in zijn eerste band, een skiffle groep. Tussen haakjes, "skiffle" genoot in Engeland gedurende de vijftiger jaren een al even plotselinge als grote populariteit en was een soort Country and Western muziek waarbij verscheidene grote gitaristen betrokken waren. Van Country & Western naar modale structuren is een lange weg en er is geen eenvoudige noemer waarmee zijn vroege invloeden aangeduid kan worden. Ritchie studeerde maar een jaar klassieke gitaar, hij geeft toe dat hij het op moest geven omdat hij wilde improviseren en geen vaste partijen spelen. Voordelen van dat jaar heeft hij echter wel gehad.

"Ik denk dat het erg belangrijk is om de basisopleiding in de gaten te houden als je met een instrument begint. Er is mij geleerd om al mijn vingers te gebruiken wat een aanzienlijke hoeveelheid moderne gitaristen niet doet. Ze hebben het zichzelf aangeleerd en gebruiken maar drie vingers."


Snelheid


In feite dankte Ritchie zijn reputatie als snel spelende gitarist tijden geleden al simpelweg aan het feit dat hij bij zijn riffjes van vier vingers gebruik maakte terwijl de meeste gitaristen er maar drie tot hun beschikking hadden. Hoe dan ook, en hij is bescheiden genoeg om het niet toe te geven, hij is nog steeds sneller dan de meesten met een nogal uitzonderlijke rechterhand techniek. Aan het laatste heeft hij erg veel tijd besteed. De reden ervoor ligt behalve in dat jaar klassieke training in de overtuiging dat hoeveel tijd er ook aan de opslag zowel als aan de neerslag besteed werd, hij nooit echt meester over zijn instrument zou worden. Hij beweert dat hij aanvankelijk zo'n zes tot acht uur per dag oefende, een deel van die tijd onder de leiding van expert session gitarist Jim Sullivan. Hij zegt echter dat hij nooit iemand bewust gekopieerd heeft.

"Als ik toch naar iemand luister, ga ik erna mijn eigen weg. In het begin heb ik geprobeerd om mensen als Scotty Moore en James Burton na te spelen maar veel van die solo's waren me te moeilijk, dus deed ik het op mijn eigen manier. Iedereen heeft zijn eigen spelstijl en eigenlijk zou je alleen in die stijl moeten spelen - dat is één van de dingen die Jim Sullivan me geleerd heeft. Ik vind hem één van beste gitaristen die Engeland ooit heeft voortgebracht maar bijna niemand neemt ooit de moeite om naar hem te luisteren. Ik zou willen zeggen dat hij en Albert Lee de twee besten zijn. Ik vind Steve Howe goed en er zijn verschillende anderen die op bepaalde terreinen goed zijn, maar ik ben nooit onder de indruk van Clapton geweest en zie niet waar al die drukte over is. Maar waarschijnlijk is mijn favoriete gitarist Jeff Beck. Hij heeft het beste geluid dat ik ooit gehoord heb en hij denkt van te voren na over wat hij wil gaan spelen en dat is het wat een goede gitarist van een slechte onderscheidt."

Los van zijn loyaliteit aan Beck, Albert Lee en Jim Sullivan, heeft B1ackmore zichzelf regelmatig impopulair gemaakt door zijn stevige kritiek over zijn collega's: hij staat echter sterk.




Uithollingen


Wat reputatie aangaat is Ritchie B1ackmore in zekere zin vaak zijn eigen grootste vijand geweest. Om te interviewen is hij een lastig persoon, slechts een paar maal per jaar wil hij een technisch gericht interview geven. Hij heeft een sterke persoonlijkheid en staat bekend als de grootste 'practical joker' in de muziek-business toch is hij privé tegelijkertijd vaak koud en ongenaakbaar. Hij kan de 'hype' die met bands geassocieerd wordt niet uitstaan en heeft een hekel aan de mensen er omheen, iets waarmee hij gedurende vele jaren met Deep Purple heeft moeten leven en wat gezien de stijgende populariteit van Rainbow ook nu weer problemen oplevert. Achter dit alles staat echter een toegewijd, serieus en begaafd gitarist. Al jaren maakt hij van dezelfde apparatuur gebruik. Sinds zijn entree met Deep Purple wordt hij gesignaleerd met de onvermijdelijke Fender Stratocaster en een muur van Marshall torens. Het is vreemd dat een gitarist als hij, die toch een bij tijden extravagante stijl heeft, een afkeer heeft van effectapparatuur.

"Ik vind dat hoe meer effect-apparaten je gebruikt hoe minder je jezelf kunt concentreren op het spelen. Het enige effect dat ik gebruik is echo."

Dat echo-apparaat is een aangepaste Revox tape recorder wat de maatstaven van de podiumapparatuur in aanmerking genomen een vrij fragiel geval is. Ritchie maakt er gezien de goede kwaliteit gebruik van. Die echo is echter niet zijn enige effect omdat hij ook een treble booster heeft, maar ik neem aan dat je er over kunt redetwisten of een treble booster een effectapparaat is of niet. De rest van zijn geluid wordt voortgebracht door zijn vreemd gemodificeerde Fenders en Marshalls. In zijn Fender gitaren is dusdanig gesneden dat de meeste gitaristen er waarschijnlijk niet mee om kunnen gaan. Ritchie laat de maple halzen namelijk tussen de frets in uitschuren zodat er een tamelijk duidelijke uitholling ontstaat. Dit houdt hij vol, geeft hem extra ruimte voor vibratie en maakt dat het instrument op een sitar gaat lijken doordat de vinger die de snaar indrukt geen contact met het hout maakt, de betreffende vinger voelt dus alleen de snaar. Hierdoor worden zijn gitaren zo lastig bespeelbaar dat de meesten het al gauw op zullen geven maar volgens de redenatie van Ritchie wegen de voordelen tegen de moeilijkheden op. Maar als je de Stratocaster nu met een Gibson Les Paul vergelijkt, is hij dan sowieso lastiger te bespelen?

"Ja, Fenders spelen minder dan Gibsons, veel zwaarder zelfs, maar ze lonen meer de moeite van het spelen, ze hebben een veel cleaner geluid waardoor je al je fouten gaat horen! Ik hou van de vervorming zoals die uit de versterker komt, dan kan ik het controleren, niet als het inherent aan het instrument is hetgeen met Gibsons het geval is."

De vervorming die een geluidsbepalende factor in zijn geluid is, wordt veroorzaakt door een uitgebreide modificatie van zijn versterkers. Tijdens het gesprek geeft hij slechts ongaarne details en zegt er alleen het volgende over: "Ik gebruik altijd Marshalls, ze zijn onverslaanbaar. Ik neem de mijne mee naar de fabriek en laat ze door ongeveer een miljoen watt oppeppen. Ik heb er ook een extra trap in laten bouwen wat me meer hoog geeft. De bas heb ik er uit laten halen en als ik speel draai ik het hoog eruit en overstuur mijn speakers zoveel mogelijk."


Modificaties


Wat er gebeurt is dat de modificaties aan zijn installatie tamelijk uitgebreid zijn wat eigenlijk alleen uitgevoerd kan worden door de Bletchley fabriek. Ze halen het hele ingangsgedeelte van zijn 200 watt Marshall versterkers (die helaas niet meer gemaakt worden) uit elkaar en voegen er een extra ECC83 buis aan toe. Dit levert een aanzienlijk toegenomen 'gain' op. Daarbij komt dat het een gewoonte van Ritchie is om met zijn versterkers naar de fabriek te gaan (hetgeen hij ongeveer elk jaar doet om alles op slijtageverschijnselen te onderzoeken) en dan met een van de technici te praten In samenwerking met de betreffende technicus worden de versterkers dan fijngesteld. De inbreng van Ritchie bestaat dan hieruit dat hij aan zal geven "hier wat meer hoog en hier wat meer laag." Op deze manier blijft hij als eindresultaat over met drie lichtelijk verschillende versterkers die tezamen het totale Blackmore geluid veroorzaken. De bijbehorende speakerkasten zijn standaard Marshall 1982 A en 1982 B boxen met elk vier Celestion G 12H speakers van een totaal van 30 watt elk. Het leeuwedeel van Blackmore's vervorming wordt veroorzaakt door een fiks overstuurde uitgangstrap van zijn versterker plus uiteraard het niet te onderschatten effect van zijn spelstijl. Het is belangrijk om te onthouden dat zelfs al zou je precies dezelfde apparatuur als een bepaalde gitarist hebben, je nooit hetzelfde zult klinken omdat het geluid van je vingers afkomt.

Een van de problemen die Ritchie's stijl met zich meebrengt wordt gevormd door zijn snaren die de neiging hebben om constant te ontstemmen. "Ik moet voor elk nummer de stemming nalopen, er zijn nummers, waar ik in kwinten en kwarten speel, waar ik eerst twee tot drie minuten moet stemmen voordat ik eraan kan beginnen. Gelukkig speel ik zelden volle akkoorden maar voornamelijk akkoorden met drie noten wat het me mogelijk maakt om tot op zekere hoogte het een met het ander te compenseren. Als mijn lage E bijvoorbeeld niet helemaal zuiver is, kan ik dat vaak omzeilen door de manier waarop ik het akkoord omzet."

Ritchie gebruikt al zes jaar Picato snaren. "Clapton heeft me op die snaren gewezen en ze klinken erg goed. Elke gitarist die ik in Amerika spreek zit er achteraan omdat ze daar soms vreselijk slechte snaren hebben." Die stemmingsproblemen worden natuurlijk voor een niet onaanzienlijk deel veroorzaakt door de vaak nogal wilde en onbeheerste manier waarop hij de snaren buigt en vooral door zijn gebruik van de tremolo arm van zijn Strat.


Waar voor geld


Over het algemeen niet zo erg onder de indruk van de prestaties van vele bekende 'gevestigde namen', is Ritchie Blackmore een ontoegeeflijke gitarist, een perfectionist die hard werkt om zonder zich wat aan te trekken van wat andere mensen doen, een stijl te kreëren die volkomen uniek is. Hiervoor kan alleen maar respect opgebracht worden. In feite, verre van de koude sinistere figuur die hij kennelijk zo graag wil uithangen, is Blackmore gevoelig voor de onechte muziekbusiness figuren en volkomen toegewijd aan zijn vak wat, natuurlijk, evenveel entertainen is als gitaarspelen.

Het eerste is de tweede kundigheid van Blackmore. Evenals een uitstekende gitarist is hij een showman die weet dat mensen meer verwachten dan een figuur die stil staat en af en toe een solo speelt. Ze zijn gekomen om een optreden te zien en Ritchie B1ackmore levert, zonder mankeren, waar voor geld.


© Gary Cooper, Music Maker September 1978