RAINBOW
REVIEWS FROM THE DUTCH PRESS





Congresgebouw, The Hague    October 4, 1977

BLACKMORE'S RAINBOW STERK VERBETERD


Ritchie Blackmore's Rainbow trad dinsdagavond, voor het eerst sinds een jaar, weer op in het Congresgebouw in Den Haag. De zaal was totaal uitverkocht. Blackmore was jarenlang de gitarist van de uiterst populaire hardrockband Deep Purple, waarvan hij zich in 1975 afscheidde. Hij formeerde de groep Rainbow met wie hij drie platen maakte, de vierde staat op stapel.

Rainbow is met name het laatste jaar nogal aan veranderingen onderhevig geweest en dit heeft, zoals het concert eergisteravond uitwees, een sterk verbeterd resultaat tot gevolg gehad. De kern van de groep wordt nog steeds in de eerste plaats gevormd door Blackmore zelf, die daarin grondig wordt gesteund door de betonnen drummer Cozy Powell en de elastische zanger Ronnie James Dio. Basgitarist Jimmy bain en organist Tony Carey werden echter zonder omwegen vervangen, door repectievelijk Bob Daisley (voorheen Chicken Shack) en de Canadees David Stone. Na een redelijk voorprogramma van de groep Kingfiss trad Rainbow rond kwart over negen aan, voor een zaal die toen al van enthousiasme op zijn kop stond. Blackmore, als altijd in zwart satijn, Ronnie Dio in de zestiger jaren hippy-outfit met zijn spijkerbroek zo op het oog met ballpoint getekende maan en sterren. In elk geval stond hij daardoor heel dicht bij het publiek, dat op dezelfde wijze zijn kleren van Rainbow tekens voorzien had. Het decor van slot Bolstein met een rijzende maan was nog steeds niet vervangen, evenmin -en dit is zeer terecht- als de fraaie regenboog aan de voorzijde omklemt en die voortdurend van kleur verandert.

Rainbow is als een sterk verbeterde voortzetting van Deep Purple te beschouwen, een groep dus die met beide plateau-schoenvoeten in de jaren zestig hard rocktraditie staat. Blackmore (uiterlijk heeft hij tegenwoordig iets van Roger McGuinn) is op zijn slechts dan ook de snelheidsmaniak die met donderende riffs en akkoorden om zich heen slaat. Hij is echter tegelijkertijd ook een heel goed en zeer subtiel gitarist, die de verfijningen die hij in zijn stijl legt rechtstreeks uit Bach en middeleeuwse klassieke muziek lijkt te halen. Het contrast tussen deze twee kanten is de essentie van de muziek van Rainbow en door de uitgebalanceerde manier waarop die kanten tegen elkaar gezet waren, was het een grotendeels zeer boeiend concert. In tegenstelling tot vorig jaar zat er nu veel meer rust, ruimte en soepelheid in de muziek. Het pathos dat, vooral door de zang van Dio het werk van Rainbow in hoge mate bepaalt, maakt een meer ingeleefde indruk en was daardoor acceptabeler.

De groep speelde wel bijna alleen bekende nummers. Zo waren daar weer het al van Deep Purple bekende Mistreated en zo waren daar Sixteenth Century Greensleeves, Catch The Rainbow (drie hoogtepunten overigens), Man on the Silver Mountain en Still I'm Sad. En van de weinige nieuwe songs was het titel lied van de komende lp, Long Live Rock'n'Roll, dat zoals de naam al zal doen vermoeden oude koek was, geschikt om nog weer eens een keer mee te klappen en te zingen. Rainbow's pathos pakte in twee opzichten nadelig uit: sommige uitstekende uitvoeringen van songs werden enigszins verpest door langdradige, zwelgende finales; en het concert zelf leed ook aan die overdaad: het duurde te lang.

Elly de Waard, Volkskrant, 6 oktober 1977





Congresgebouw, The Hague    October 4, 1977

RAINBOW overschaduwt PURPLE




Evenals vorig jaar heb ik ook dit jaar een uitstekende dierendag gehad. Dit keer was dat te danken aan het optreden van Rainbow in het Congrescentrum te Den Haag. Rainbow bestaat uit de vaste kern Ritchie Blackmore gitaar, Ronnie James Dio zang en Cozy Powell drums en de nieuwelingen David Stone toetsen (ex-Symphonic Slam) en Bob Daisley bas en zang (ex-Widowmaker).

Het werd al snel duidelijk dat Rainbow staat of valt bij de vaste kern en het is dus misschien wel een beetje vreemd, maar zeker van geen enkele invloed dat Blackmore zo vaak wisselt van toetsenman en bassist. De beide heren deden in Den Haag precies wat ze moesten doen, niet meer en niet minder. Net zoals op de dubbelelpee 'On Stage' startte Rainbow met de uitstekende opener 'Kill The King' en tot grote opluchting was het geluid in tegenstelling tot de vorige keer zeer redelijk. Alles was goed van elkaar te onderscheiden en het was toch behoorlijk hard; zo hoort het ook.

De hele 'On Stage' werd gespeeld, dus 'Man On The Silver Mountain' (prima!!), het bluesje van Blackmore, 'Starstruck', 'Catch The Rainbow', 'Mistreated', 'Sixteen Century Greensleeves' en 'Still I'm Sad' plus nog 'Do You Close Your Eyes' van de tweede elpee 'Rainbow Rising' en de titelsong van de in januari '78 te verwachten elpee 'Long Live Rock And Roll', een swingende rock and roller die veel belooft. De groep was echt uitstekend in vorm met het drijvende en doordringende drumwerk van meesterdrummer Powell, die zich in deze groep volledig uit kan leven, de prima zang van Dio (veel beter bij stem dan de vorige keer) en het flitsende gitaarspel van Blackmore, uiteraard in het zwart gekleed en keurig gekapt voor de gelegenheid. Op het ogenblik is Rainbow in topvorm en moet gezegd worden dat Blackmore er in geslaagd is een groep samen te stellen, waar Deep Purple niet bij in de schaduw kan staan. Rainbow is uitgegroeid tot één van de betere hard rockgroepen van de jaren zeventig.

Kees Baars, Muziekkrant Oor 19 oktober 1977






Congresgebouw, The Hague    October 4, 1977

Blackmore's Rainbow in een doodlopende straat


Na een afwezigheid van ongeveer een jaar bespeelde Ritchie Blackmore's groep Rainbow gisteren opnieuw het Haagse Congresgebouw. Voor het kort na aanvang, al tot het kookpunt verhitte publiek ontrolde zich een spektakel, dat zelfs bij een stokdove een tinteling aan de oorschelpen teweeg zou hebben gebracht.

Ritchie Blackmore is dan ook niet voor niets de voormalige gitarist en enige overgebleven erfgenaam van Deep Purple, de kampioen van de hardrockgroepen. Zijn groep, nu officieel Rainbow geheten, heeft sinds de oprichting in 1975 heel wat mankracht versleten. Aileen hijzelf en de Amerikaanse zanger Ronnie James Dio bleven van de oorspronkelijke bezetting over.

Na het vorige optreden hier is de bezetting alweer stevig overhoop gehaald. Drummer Cozy Powell mocht blijven, maar toetsenman Toney Carey en bassist Jimmy Bain werd zonder pardon de deur gewezen. Bains opvolger Mark Clarke maakte het ook niet lang, wat voor de grillige Blackmore nauwelijks een probleem was, want er bleek nog een onaangebroken blik gastarbeiders in de kast te staan.

Zodoende beroert nu de Canadees David Stone de klavieren en plukt de Australier Bob Daisley aan de bas, maar een frisse wind is het niet, die zij laten waaien, want Blackmore blijft de gang van zaken volkomen bepalen.

Geweldenaar

Het gespeelde repertoire, waarvan de dubbel-live-lp Rainbow on stage een getrouwe afspiegeling geeft, bond hem onbelemmerd de gelegenheid de solistische geweldenaar uit te hangen.

Blackmore beschikt over een gave techniek, maar de toepassing daarvan getuigt van weinig fantasie. Variaties op klassieke thema's, een van zijn hobby's, waren zonder uitzondering dermate afgewikt, zoals Alle Menschen werden Bruder, om maar een zijweg te noemen, dat zij nauwelijks kracht aan Rainbows optreden konden bijzetten. De enorme lappen muziek Catch the Rainbow, Mistreated, Sixteenth Century Greensleeves en de titelsong van de vierde 1p Long Live Rock and Roll, die begin volgend jaar uitkomt, hadden over het algemeen hetzelfde effect als de welgemikte worp met een massief eiken salontafel naar iemands hoofd. Verpletterend dus.

Ronnie James Dio, wel niet geraakt, zong toch alsof hij pijn had, met lange klaaglijke uithalen, maar dat schijnt zo to horen. Onder de computergestuurde regenboog, die het podium als vanouds overspande, werd tenslotte net het Yard Birds-nummer Still I'm sad de kraan voor het theatrale soli wijd open gezet: een zich onder verblindend licht verheffend drumstel, orgastisch schetterende schalmeien en klokkengebeier om niet goed van te worden. Op het technische vlak heeft Rainbow enkele vorderingen gemaakt, maar het schrijnende gebrek aan visie is inmiddels uitzichtloos als blinde muur aan het eind van een doodlopende straat.

Peter Koops, NRC 5 oktober 1977
Foto: Lex van Roossen