RAINBOW
WAT VERBLEEKT

AHOY, ROTTERDAM 02.02.1980



Zoals ook groot op de affiches vermeld stond kwam Ritchie Blackmore's Rainbow voor de derde maal naar Nederland in alweer een nieuwe line-up: Blackmore gitaar, Cozy Powell drums, Roger Glover bas, Graham Bonnet zang en Don Airey toetsen. Ondanks de vele personeelswisselingen in de loop der jaren mag Rainbow zich in een flink groeiende populariteit verheugen, getuige een uitverkothte Ahoy-hal.

Het meest verrassende van het optreden was wel de overtuiging waarmee de James Dean-achtige Graham Bonnet zich presenteerde; zijn stem en zijn geweldige bereik doen bepaald niet onder voor die van voorganger Ronnie Dio. Vooral in songs als Eyes Of The World, Love's No Friend Of Mine en Lost In Hollywood was Bonnet bijzonder goed opdreef. Zoals Cozy Powell de Oor-lezers afgelopen oktober al toevertrouwd had, werd er weinig oud materiaal gespeeld en lag het accent voornamelijk op het Down To Earth-album.

We hoorden o.a. Since You Been Gone, All Night Long en de oudjes Catch The Rainbow, Man On The Silver Mountain en Long Live Rock And Roll, waarvan de laatste twee in de toegift. Storend vind ik altijd de solo-egotrips: ditmaal twee stuks van Airey en ontelbare van Blackmore, waarvan sommige nog wel te pruimen waren. De drumsolo van Powell (Over The Top) was daarentegen niet te lang en uitstekend. Verder was het geluid niet al te best en kwam Rainbow nogal eens wat rommelig over. Bonnet werd in de toegift voor paal gezet, toen hij het nummer Will You Still Love Me Tomorrow aankondigde en de band van het podium vertrokken bleek.

'Just a practical joke', verklaarde Blackmore na afloop. Al met al was het concert van Rainbow bij vlagen uitstekend en sloeg Rainbow aan het eind zijn gitaar aan splinters, maar de totaalindruk was toch beduidend minder dan bij het concert twee jaar geleden in Den Haag, toen de groep als een zeer hecht geheel en met een fantastisch geluid voor de dag kwam. Maar Blackmore blijft lekker toch een beul van een gitarist.

Kees Baars, Muziekkrant Oor - 13 februari 1980
foto: Kees Tabak












CONCERT RAINBOW DREEF OP GEMAKZUCHT

AHOY, ROTTERDAM 02.02.1980




Bij concerten van de Ierse New-wave groep Boomtown Rats in het Amsterdamse Carré en van het Engelse Rainbow in het Rotterdamse Sportpaleis Ahoy' bleek weer eens hoe het publiek de gang van zaken beslissend kan beinvloeden.

In Amsterdam deed het publiek de Boomtown Rats de das om. In aanmerking genomen dat deze groep hier nog onlangs met I don't like Mondays een nummer één hit had, was Carré opvallend leeg. En de mensen die er wel waren bleken niet te bewegen tot enig enthousiasme, terwijl er op het podium hard werd gewerkt voor een goed resultaat. Daar is het niet van gekomen omdat de Boomtown Rats zich als tamelijk onervaren muzikanten geen raad wisten met de situatie. Na een strak en overtuigend begin nam het zelfvertrouwen duidelijk af. Tegen het eind verzandde de muziek in een rommelig en oorverdovend kabaal, dat inderdaad geen forse bijval verdiende.

Bij Rainbow in Ahoy' ging dat wel even anders! Er was nog geen noot gespeeld of 7000 fanatieke hardrock-fans zorgden voor een sfeer waarin het voor popmuzikanten lekker werken is. Rainbow, onder aanvoering van gitarist Ritchie Blackmore en zanger Roger Glover (beiden speelden ooit in Deep Purple) hebben zich echter niet laten inspireren door de enthousiaste zaal.

Geroutineerd, bijna gemakzuchtig, werd het repertoire, bestaande uit logge hardrock, smakeloos versierd met thema's uit de klassieke muziek afgedraaid. Alleen voor de echte liefhebber is de muziek van Rainbow te verteren, ieder ander zal of indutten of voortijdig de zaal verlaten, omdat het zo in en in treurig is wat deze groep ervan bakt.

Ton Olde Monnikhof, Algemeen Dagblad - 4 februari 1980






ZWAK RAINBOW

AHOY, ROTTERDAM 02.02.1980




Door het overstelpend aantal nieuwe groepen van de laatste tijd zou men bijna uit het oog verliezen dat het verschijnsel hard-rock een nog onverminderde populariteit geniet. Zaterdagavond speelde de groep Rainbow in de Ahoy' te Rotterdam voor een uitverkocht huis. Ondanks de holle cliché's die de vijf-mans-formatie liet horen, stond het enthousiasme van het publiek bij voorbaat al garant voor een succesvol optreden.

Rainbow werd in 1975 opgericht door gitarist Ritchie Blackmore. Hij was de bejubelde gitarist in Deep Purple, dat rond die tijd een minder zware koers wilde inslaan. Blackmore wilde de oude Deep Purple-lijn vasthouden, vooral omdat het een commerciële succesformule was. De uitgangspunten van Rainbow zorgden dan ook voor een totaal gebrek aan muzikale ontwikkelingen, en het louter uitputten van een muziekstijl die steeds minder inhoud kreeg.

Het geluid van de groep tijdens het concert was bijzonder ondoorzichtig. Het was een wolk van zware galm waarin alleen Blackmore's gitaar en de geforceerde stem van zanger Graham Bonnet te onderscheiden waren. De matige composities werden tot in het belachelijke uitgerekt voor volstrekt oninteresssante solo's en het plichtmatige ophitsen van het publiek.

Dat Rainbow artistiek een afgelopen zaak is, moge blijken uit de activiteiten van de diverse leden buiten de groep. Zo heeft bijvoorbeeld drummer Cozy Powell al een groep opgericht met Jack Bruce en gitarist Glem Glemson. Maar zolang het publiek een bijna krampachtige aanhankelijkheid voor Rainbow blijft behouden, zal deze windhandel financieel tot het einde worden uitgemolken.

Geert Kistemaker, Volkskrant - 4 februari 1980






LEEGHOOFDIGHEID EN VEEL MISBAAR

AHOY, ROTTERDAM 02.02.1980



Hardrock-publiek is een apart slag volk, niet het meest schrandere deel der natie, dat zich het meest op zijn gemak voelt in de positie van de underdog. Er verandert in dit wereldje al jaren niets. Dit is voor hen, die zich daarin thuisvoelen een hele geruststelling. Voor de toekomst van de popmuziek zou het hoegenaamd niets uitmaken als dit aftandse genre vandaag nog ten grave werd gedragen, ware het niet dat er nog heel wat lieden vrij rondlopen die zich maar al te graag overgeven aan botte manipulatie, wat hardrock in de meeste gevallen is. Voor hen betekent hardrock lotsverbondenheid, religie bijna, net als voetbal.

De concerten lopen als gebruikelijk uit op een hengstenbal. De bieromzet is er enorm en de jacht op de meest smakeloze souvenirs van de idolen niet minder. De aanblik van de beschonken, met trofeeën omhangen en, anno 1980, nog steeds in blauw denim gehulde meute is hoe dan ook treurig. Trefpunt van het hardrock-legioen was zaterdagavond de Ahoy-hal waar Ritchie Blackmore's groep Rainbow een concert gaf.

Hoe Rainbow het presteert is een mirakel maar de hal was zo goed als uitverkocht. Een verklaring hiervoor ligt in de lange afwezigheid van de groep, ruim twee jaar, en in het feit dat hard-rock-concerten de laatste tijd dun gezaaid zijn.

Blackmore was ooit gitarist bij Deep Purple, voor het denimvolk een legende, en hij kan er aanspraak op maken de erfenis van deze groep naar zich toe te hebben getrokken. Blackmore staat bekend als lastig. De nu bijna 35-jarige vedette sleet al zoveel mankracht, dat, na vijf Rainbow-Lp's, alleen hijzelf van de oorspronkelijke bezetting overbleef. Thans bestaat zijn groep uit bassist Roger Glover, eveneens uit het Deep Purple-kamp, drummer Cozy Powell, klavierenspeler Don Airey en zanger Graham Bonnet.

Volgens insiders droeg de verscheidenheid van hun muzikale achtergronden bij tot de sterkste bezetting, die Rainbow ooit heeft gehad, wat wil zeggen, het is bijna onvoorstelbaar dat het erger geweest moet zijn. Uit het vorige Rainbow-concert viel op te merken dat de groep zich in een doodlopende straat bevindt. Daar worden sindsdien benauwende rondjes gedraaid. Een concert als dat van zaterdag wordt gekenmerkt door een lompe leeghoofdigheid en een hoop misbaar.

Vooral Blackmore heeft een enorme, bijna klassieke pretentie, die leidt tot een uiterst onelegante versmelting van standaard-hardrock met loeiende elektronische geluidsimpressies en barokke variaties op thema's als Greensleeves, Somewhere over the rainbow, Close encounters en Alle Menschen werden Brüder. Naast ouder werk als Catch the rainbow, waarin Blackmore een gevoelige snaar trachtte te raken, stond een groot deel van de laatste lp Down to earth op het programma. Op zulk één-regelig repertoire als de nieuwe Rainbow stamper All night long zong Graham Bonnet zijn stembanden aan flarden.

Tegen het einde verbrokkelden langdradige soli het optreden steeds meer en doofde de wervingskracht van Bonnet als een nachtkaars. Het publiek vond alles echter even prachtig. De beer raakte zelfs pas goed los, toen Blackmore in de toegift Long live rock'n'roll zijn gitaar op één van de geluidstorens aan flinters sloeg. Sensatie alom. Helaas was het allemaal doorgestoken kaart.

Peter Koops, NRC - 4 februari 1980






VERTROUWD GELUID BIJ RAINBOW

AHOY, ROTTERDAM 02.02.1980



En daar ging Ritchie Blackmore's gitaar aan flarden. Voor degenen onder de 7500 in Ahoy zaterdag die het niet gezien mochten hebben, het was niet de echte peperdure Fender Stratocaster van de ster, gitarist van Rainbow. Slechts eenzelfde type van een onbekend merk dat er sprekend op leek. Die goedkopere aanpak was welbeschouwd het enige grote verschil met het optreden van deze post-Deep Purple-formatie vier jaar terug in Den Haag. Toen sloeg clowneske Ritchie nog wel z'n kostbare Fender aan flarden na de laatste toegift.

Voor de rest kan je Rainbow plaatsen in het rijtje van popgroepen dat bezig is met een mars op de plaats waar slechts de rust aan ontbreekt. Over de presentatie van de muziek niets dan goeds. De Rainbow Show (zo luidde de aankondiging) was voorzien van zoveel decorum dat het er even op leek dat Franz Marijnen de premiere van zijn "Wasteland" in het sportpaleis hield. Edward Elgar's "Pump and circumstance", het kinderstemmetje van Judy Garland uit "The Wizard of Oz", een magnesium lichtbom, een gigantisch achtergrondpaneel, kortom alles zat er op en er aan.

Ook ging de groep zelf danig te keer (vooral op decibels werd niet gekeken). Graham Bonnet schreeuwde zich de longen uit zijn lichaam en Don Airey (toetsen) en Cozy Powell (drums) stopten niet alleen in hun soli energie. Bij dit enthousiasme viel de inbreng van bassist Roger Glover ("Love is all") enigszins uit de toon. Ritchie Blackmore zelf leek ook wat bedeesder dan in vroeger jaren.

Dan de muziek. Bij een normale geluidssterkte, best leuk om naar te luisteren, maar toch, niets nieuws onder de regenboog. De nummers van de laatste elpee "Down to earth" liggen lekker in het gehoor ("All night long" is dezer dagen op single verschenen). Zozeer zelfs dat je denkt ze al eens gehoord te hebben. Bij Deep Purple, de gewezen groep van zowel Blackmore als Glover. Wie daar nog niet op uitgeluisterd is kan aan het Rainbow van nu en wellicht ook straks nog veel plezier beleven.

Louis du Moulin, Het Vrije Volk - 4 februari 1980
Foto: Rob Verhorst







KLEURLOZE KRACHTPATSERIJ

AHOY, ROTTERDAM 02.02.1980



ROTTERDAM - De tijd stond even stil zaterdagavond. De Engelse hard-rock formatie Rainbow gaf in een uitverkocht en dolenthousiast Ahoysportpaleis een concert dat qua vorm en inhoud tien jaar geleden up to date zou zijn geweest. Tonnen aan apparatuur, en eenvormige betonnen muziek, die bestond uit lang uitgesponnen composities zonder structuur, waren het kleurloze spectrum dat Rainbow liet zien.

Desondanks bestaat er nog ruime belangstelling voor dit genre en dat had in dit geval vooral te maken met de samenstelling van de band, die met gitarist Ritchie Blackmore en bassist Roger Glover (twee ex-leden van Deep Purple) op voldoende publiek kon rekenen. Deep Purple was begin jaren zeventig immers de hard rockband bij uitstek, die na de afnemende populariteit in Ritchie Blackmore's Rainbow een opvolger kreeg.

Met het aantrekken van Glover, drummer Cozy Powell, toetsenman Don Airey en zanger Graham Bonnet verkreeg Rainbow haar huidige vorm. Op uitgekiende wijze was de spanning na bijna drie kwartier wachten tot een hoogtepunt opgevoerd, die zich onder Wagneriaanse muziek en een groots lichtspektakel mocht ontladen.

De hoes van het laatste album "Down to earth" waarop een regenboog het heelal doorklieft, vormde groots geprojecteerd het decor en de muziek van de elpee het repertoire van deze avond. Zes nummers spelen binnen anderhalf uur geeft goed aan in welk rekverband die uitgevoerd kunnen worden.

De gravel-stem van Bonnet mocht in het begin nog even boeien, net als de geïmproviseerde vraag-en-antwoord-zang die hij in "all night long" met het publiek opbouwde. Spoedig kwam echter de ware aard naar boven: richtingloze krachtpatserij waarin alles wat met originaliteit, emotie of spanning te maken heeft ontbrak.

Het dieptepunt werd bereikt in "Lost in Hollywood" toen de solo's van enkele bandleden, een verplichte zaak in dit genre, zich toepasselijk verloren in het niets. Blackmore breide Ierse jigs, stukjes van Bach, Jimi Hendrix imitaties en een hoop kakofonie tot een warrig geheel aan elkaar.

Airey waande zich Keith Emerson toen hij een Bach-thema op het orgel aanzette en drummer Powell timmerde onder bombastische Wagner-tonen een Waldo de los Rios produkt in elkaar. Samen met de oogverblindende lichtflitsen werden trommel- en hoornvlies zwaar op de proef gesteld, net als de aandacht die werd omgezet in fluitconcerten. Ondanks dit alles juichte de zaal vijf minuten om een toegift.

Hardrock-muziek zonder pretenties kan best leuk zijn zoals bij voorbeeld Status Que nog steeds bewijst. Deze Rainbow gaf voor veelkleurig te zijn, maar bracht slechts grauwheid die helaas nog steeds de pot met geld oplevert die aan het eind van de regenboog te vinden is.

Stijn Rijven, Nieuwe Leidsche Courant - 4 februari 1980
Foto: Mark van Dorp







RAINBOW GEEFT PAKKEND CONCERT IN RODAHAL

RODAHAL, KERKRADE 03.02.1980



De ruim 2000 aanwezigen bij het concert van de Britse formatie Rainbow, zondagavond in de Rodahal in Kerkrade, kregen een royale portie van de laatste elpee van de groep rond Ritchie Blackmore opgediend. Op die elpee, Down to earth, mag voor het eerst de zanger Grahem Bonnet zijn kwaliteiten tonen. Bonnet heeft ook live een gigantisch volume en zijn bereik ligt wat hoger dan dat van Ronnie Dio, zijn voorganger. Voor de (per elpee wisselende) bassist heeft Blackmore ditmaal een vergeelde kaart uit de bak van het Deep Purple-sundicaat getrokken om uiteindelijk met Roger Glover voor de dag te komen. Blackmore en Glover op één podium is pure nostalgie.

Het is toch al verbazend dat deze "dikke" dertigers een publiek trekken dat voor het grootste deel uit tieners en jonge twens bestaat. De muziek van Rainbow had in Kerkrade de schijn van heavy, want de ware kracht lag in de lang uitgerafelde nummers zoals "All Night Long" en "Catch The Rainbow", waarmee meer sfeer geschapen werd dan het grootste deel van het publiek lief was. Dat Don Airley (keyboards) live meer kan doen bleek maar al te duidelijk. Met het thema van de SF-film Close Encounters Of The Third Kind, waarin met lichteffecten en al het moment suprème van de ontmoeting tussen de aarde en buitenaards leven, klonk onder zijn handen zeer indrukwekkend en deed bij menigeen de imposante filmbeelden weer herleven.

Blackmore's affiniteit met J.S. Bach werd ook niet onder stoeten of banken geschoven. Het slot van het derde van de Brandenburger Concerten deed via de meesterhand van Blackmore niet onder voor Bach-vertolker no 1: Walter Carlos. De muziek van Rainbow heeft so wie so de beladen intensiteit van klassieken zoals Bach. Niet vergelijkbaar, maar verwant.

Buiten de solo's van gitarist Blackmore, drummer Cozy Powell en toetsenspeler Don Airley, werden ondermeer de nummers "Eyes Of The World", "Love's No Friend" "Danger Zone" en "Gates of Babylon" gebracht. Het rockconcert in Kerkrade was meer dan eens een eerbetoon aan Bach, maar daardoor niet minder pakkend. [opmerking: Rainbow speelde natuurlijk geen "Danger Zone" en "Gates of Babylon" en de toetsenspeler zijn naam is Don Airey en niet Airley, Red.]

Bart van Aalst, Dagblad De Limburger - Februari 1980
Foto: Peter Schols







Rainbow's zwanezang?

Monsters Of Rock, Castle Donington 16 Augustus 1980



Op initiatief van Ritchie Blackmore's Rainbow werd zaterdag 16 augustus j.l. in Donnington Park bij Nottingham het eerste grote heavy metal-festival in Engeland gehouden.

De Amerikaanse nieuwkomers Touch mochten het spits afbijten en dat is, zeker als je debuutelpee uitstekend geproduceerd is en je vrijwel geen gitaarsolo's in je muziek doet, nogal moeilijk. De eveneens Amerikaanse groep Riot, die al eerder in Engeland getoerd had met Sammy Hagar, kreeg door een enthousiaste presentatie en veel, prima gitaarsolo's (daar was het publiek duidelijk voor gekomen) de handjes behoorlijk op elkaar.

Voor mij persoonlijk was Saxon dé verrassing van de dag; zanger Biff won door zijn uitstekend voor dit soort simpele en keiharde rock geschikte stem en zijn alleraardigste presentatie al snel de sympathie van het publiek. Via klassekrakers als Motorcycle Man (waarmee Saxon ijzersterk opende), 747 en Wheels Of Steel kon Saxon terugkijken op een zeer geslaagd optreden. Hierna was het voor het Canadese April Wine weer iets moeilijker, maar dankzij het afwisselende gitaarwerk van de drie gitaristen en het accent op de snellere rockers was hun verschijning meer dan gerechtvaardigd. Het Duitse Scorpions begint zo langzamerhand razend populair te worden in de hardrock-wereld en dat is zeer terecht. Onder aanvoering van zanger Klaus Meine en de gitaristen Mathias Jabs en Rudolf Schenker (zijn broer Michael stond tussen de coulissen goedkeurend toe te kijken) bracht de groep op krachtige wijze een selectie uit het repertoire, waarbij het publiek behoorlijk in vervoering raakte. Op 12 september a.s. zullen de heren het samen met Def Leppard (!) in Leiden nog eens overdoen. En toen kwamen die grosse Kamele: Robert Halford scheurde met zijn Harley Davidson het podium op en Hell Bent For Leather betekende het begin van een uitstekend Judas Priest-concert. Naast bekende songs als Running Wild, Sinner, The Ripper, Victim Of Changes en Beyond The Realms Of Death kwamen ook de nieuwste songs, zoals Grinder, Living After Midnight en You Don't Have To Be Old To Be Wise fantastisch uit de verf. Terecht was Priest de eerste die dag voor twee toegiften: Green Manalishi en Tyrant.

Rainbow liet lang op zich wachten, maar er zouden speciale attracties op stapel staan en daardoor steeg de spanning behoorlijk. Via een indrukwekkend intro (dat ze waarschijnlijk in Londen nog konden horen) stortten de heren zich in Eyes Of The World van de laatste elpee Down To Earth. De eerste grote verrassing kwam toen het nummer Stargazer van Rainbow Rising gespeeld werd: weliswaar bleek duidelijk dat zanger Graham Bonnet in dit nummer een klasse minder is dan zijn voorganger Ronnie Dio, maar instrumentaal stond het als een huis, met glansrollen voor Cozy Powell die drumde zoals ik het in geen tijden gehoord had, Don Airey die voor de prachtige vioolpartijen tekende en Blackmore zelf, die een uiterst indrukwekkende solo weggaf. Op het naast het podium opgestelde videoscherm was duidelijk te zien hoe Blackmore in zijn spel opging. Vanaf dat moment was alles mogelijk: Catch The Rainbow, Man On The Silver Mountain en een paar sublieme solo's van de meester. Ook mocht Cozy ruimschoots afscheid nemen en pas bij de tweede toegift bleek waarom we zo lang hadden moeten wachten: terwijl Blackmore zijn gitaar aan splinters sloeg, ontploften er op, naast, boven en achter het podium honderden kilo's vuurwerk. Als dit het laatste optreden van Rainbow was, zullen er in ieder geval 50.000 fans zijn die dit indrukwekkende schouwspel niet licht zullen vergeten.

Kees Baars, Muziekkrant Oor 1980