RAINBOW
AHOY, ROTTERDAM 13.06.1981

EN ZO HOORT HET OOK


Het begint er op te lijken dat Ritchie Blackmore's Rainbow bij elk bezoek aan Nederland in een nieuwe samenstelling te zien is. Aan de ene kant is dat een beetje vervelend omdat je niet weet wat je kan verwachten en omdat je dan niet in staat bent om de ontwikkeling van een groep te volgen, maar aan de andere kant blijkt Blackmore iedere keer weer in staat met een uitstekende groep voor de dag te komen en een prima concert te geven. Zo ook onlangs in de Rotterdamse Ahoy hal. De avond werd geopend door de jonge Britse groep Def Leppard die, ondanks een behoorlijk slecht geluid, wist te overtuigen. Def Leppard is sinds het debuutalbum uit '79 een stuk ruiger geworden en dat was met name te merken in de paar nieuwe songs die gespeeld werden, waarin het accent meer op het gitaarwerk lag en de close-harmonieën vrijwel verdwenen bleken.

Na 25 (!) minuten verdween Leppard reeds van het podium (Blackmore's regime), waarna Rainbow met nieuwkomers Joe Lynn Turner zang en Bob Rondinelli drums het podium betrad. Uiteraard zong Turner nummers van het album Difficult To Cure vlekkeloos, oals Can't Happen Here, Spotlight Kid en vooral I Surrender, maar ook met het werk van Down To Earth, zoals Love's No Friend Of Mine en Lost In Hollywood wist hij raad. Pas bij nog ouder werk als Man On The Silver Mountain en Catch The Rainbow bleef hij achter bij zijn voorgangers. Maar de ster van de show blijft natuurlijk Blackmore zelf, die weer behoorlijk van leer trok op zijn Stratocaster. De groep als geheel klonk behoorlijk hecht en verrassend enthousiast, zodat het ondanks de ellenlange gitaar en orgelsolo's toch nog een prima concert werd. O ja, in één van de toegiften speelde Rainbow wat Purple-introotjes, waarna Smoke On The Water gespeeld werd en dat hadden we lange tijd niet gehoord. Blackmore had het naar zijn zin, want aan het eind van de show sloeg hij zijn gitaar aan barrels. En zo hoort het ook.

Kees Baars, Muziekkrant Oor - 1.7.1981





AHOY, ROTTERDAM 13.06.1981


Rond half tien gingen de lichten uit en de aanstekers aan. Het thema 'Over the Rainbow' kondigde het begin aan van een veelbelovende avond. Men startte met het temporijke 'Spotlight Kid'. Dit sterke nummer werd gevolgd door 'Love ain't no friend of mine'. Het begin van dit blues nummer was veel te commercieel, maar tegen het eind kwam er gelukkig wat snelheid in, zodat het toch wel aan te. horen werd. Erg slecht was (de singletrack) "I Surrender". Het is belachelijk dat een groep als Rainbow een nummer van Russ Ballard nodig heeft om een hit te kunnen scoren. Maar goed, het ijzersterke "Man on the silver Mountain" deed alles gauw vergeten. Ritchie Blackmore teste voor de eerste keer die avond met zijn rug de hardheid van de vloer.

Het hoogtepunt van die avond was de 15 minuten durende uitvoering van "Catch the Rainbow". In dit nummer kunnen de Rainbow talenten zich ontplooien. Ritchie speelde twee voortreffelijke solo's tijdens dit nummer, en zanger Joe Lynn Turner laat horen dat hij in staat is om een sfeervol rustig stuk zuiver te zingen. Hoewel ik hier bij moet opmerken dat hij het niveau van R.J. Dio (nu Black Sabbath) niet haalde. Roger Glover basde de gehele avond voortreffelijk. De beuk ging erin met "Can't Happen Here". Hierna kwam een keyboardsolo van Airey. Nou hiervan was ik helemaal niet onder de indruk, af en toe klonk het net zoals een kerkorgel. Ik was opgelucht toen de gitaar van Ritchie weer inviel.

We kregen een lang instrumentaal gedeelte te horen dat uitmondde in een drumsolo van Bob Rondinelli. Tijdens deze uitstekende drumsolo vuurde Bob zijn drumsticks de zaal in en drumde met z'n vuisten verder. Alvorens Rainbow aan z'n reeks toegiften kon beginnen, speelde ze "Long live Rock 'n Roll. In dit nummer kreeg het publiek de gelegenheid om aan te tonen dat men ook kon zingen. In de eerste toegift speelde Rainbow "Vielleicht das nächster Zeit". De zaal mocht nog een keer meeswingen met "All night Long". Uiteraard liet men Rainbow niet gaan. In de tweede toegift werd de Deep Purple periode herdacht. Ritchie Blackmore speelde eerst de intro's van "Lazy" en "Woman from Tokyo" en vervolgens werd het gehele "Smoke on the Water" gespeeld. Blackmore's gitaar was nog steeds heel vandaar dat er nog een derde toegift nodig was om hem de gelegenheid te geven zijn gitaar te bewerken. Na 1 uur en 3 kwartier Rainbow, kunnen we tot de volgende conclusie komen: Het repertoir bevatte veel goede stukken en enkele slechte. Het geluid was goed en de lichtshow groots.

Stefan Rooyackers, Aardschok - 1981





AHOY, ROTTERDAM 13.06.1981

Rainbow boeit in variatie


Nog voordat Ritchie Blackmore's Rainbow zaterdagavond ook maar één noot had gespeeld bleek de avond al niet meer stuk te kunnen: een band vastgelegde orkestversie van het sfeervolle 'Land of hope and glory' deed het wanstaltige voorprogramma Def Leppard snel vergeten en plaveide op onnavolgbare wijze de weg voor de verrichtingen van de groep die zonder meer als opvolger van Deep Purple kan worden gezien.

Tussen het concert van zo'n twee jaar geleden en dat van zaterdag is er met Rainbow heel wat gebeurd. Het verloop van de groepsleden was groot en met name het vertrek van Cozy Powell en de komst van Roger 'love is all' Glover waren wat dat betreft het meest opvallend. Van een aantasting van het herkenbare Rainbow-geluid valt echter niets te merken, daar ex-Deep Purple-gitarist Blackmore de zaak prima in handen heeft; hij is het immers die de muzikale koers bepaalt.

Tijdens de bijna twee uur durende set wist Rainbow op zeer gevarieerde en kleurrijke wijze te boeien. Een zeer melodieuze, nogal commercieel aandoende hard-rock, die echter nog wel degelijk ruimte laat voor ook wat rustiger werk, zoals bijvoorbeeld 'Catch the Rainbow'. Rainbow speelde veelal lange composities, waarin ieder groepslid op afroep zijn eigen steentje mocht bijdragen. Aardig waren de letterlijk met handen en voeten uitgevoerde mammoet-solo's van Rondinelli en de Wakeman-achtige stukken van Airey, die er voor de aardigheid ook maar wat Scott Joplin-rags bijhaalde. Zeker door het spel van Airey deel het geheel af en toe nogal klassiek aan, met als hoogtepunt 'Difficult to Cure', een feilloze en zeer swingende bewerking van Beethovens Negende.

Rainbow bood voor elk wat wils, dus ook minder gecompliceerd werk in de vorm van nummers als 'Man on the silver Mountain' en het recente 'Spotlight Kid'. Samen met de meer complexere nummers zorgden ze voor een uitstekende balans, die bepaald representatief was voor de muziek van Rainbow. Geen kwaad woord dus over deze schitterende 'regenboog'.

Arnoud Oosterholt, Haagsche Courant - 15 juni 1981





AHOY, ROTTERDAM 13.06.1981

Slaapverwekkende Rainbow


Het concert, dat de Engelse Rainbow zaterdagavond voor een uitverkochte Ahoyhal in Rotterdam speelde, was een slaapverwekkend geheel. Het publiek moest tot vervelens toe luisteren naar klassiek getinte "tussendoortjes" als Land Of Hope And Glory en Sing A Song of Joy en té lange gitaar- en drumsolo's. Rainbow moet met pensioen, tenslotte kan een regenboog niet altijd gespannen blijven.

Rainbow met coryfeeën als gitarist Ritchie Blackmore en bassist Roger Glover schitterde in het krap anderhalf uur durende concert heel even, eigenlijk alleen maar in Catch The Rainbow en Love's No Friend Of Mine, waarin Blackmore zijn reputatie als ster-gitarist even waarmaakte met een aantal wonderschone gitaarsoli. Daarna was het een aflopende zaak.

Het publiek werd daarna onder meer "getracteerd" op een kwartier durende synthesizer-improvisatie van Ex-Coloseum II toetsenist Don Airey met als gevolg een fluitconcert van publiekszijde. Wat later volgde een ongeïnspireerde drumsolo van Bob Rondinelli, waarbij talloze drumstokjes de zaal in vlogen. Rainbow kon niet boeien. Het publiek leek trouwens alleen gekomen voor het oude werk want songs als I Surrender en het titelnummer van de laatste elpee Difficult To Cure werden vrij koel ontvangen. Enige waardering verdient eigenlijk alleen de lichtshow, want die was zeer indrukwekkend.

Hans Piët, Binnenhof - 15 juni 1981