RAINBOW
LIVE AT THE AHOY HAL, ROTTERDAM 16.11.1982

REVIEWS FROM THE DUTCH PRESS



HALVE RAINBOW

Het is inmiddels traditie geworden dat Rainbow enige maanden na het uitbrengen van een nieuwe elpee Nederland bezoekt. Onlangs was Ahoy (weer) volgestroomd om Blackmore's formatie aan het werk te zien.

Girlschool mocht voor een half uurtje warming-up zorgen. Meer zendtijd kregen ze niet van ome Ritchie. Het was echter genoeg voor de vier meiden om met o.a. Emergency en Race With The Devil (van The Gun) een prima indruk bij het publiek achter te laten.

Zoals gebruikelijk verzorgde Judy Garland daarna de aftrap voor Rainbow (in dezelfde samenstelling als op Straight Between The Eyes), dat er stevig inknalde met Spotlight Kid. De eerste drie kwartier van hun optreden waren magistraal. Op All Night Long na werden alleen nummers gespeeld van de laatste twee elpees.

Uitschieters waren Can't Happen Here en Tearin' Out My Heart, het laatste extra lang met heavy tempo-slot. Nieuw waren de twee background-zangeressen Dee en Lynn die vooral in Stone Cold de zang van Joe Lynn Turner geweldig ondersteunden. De tweede helft van het concert was beduidend minder: ellenlange solo's in het kader van Difficult To Cure. Het peil van de eerste helft werd pas weer in de eerste toegift benaderdt waarin net als vorig jaar - de gitaar van Blackmore het tijdens Smoke On The Water moest ontgelden. Het was jammer dat ze in de tweede toegift veel goodwill verspeeld en door een onbetamelijke jamsessie op te voeren waaruit af en toe A Light In The Black viel te herkennen. Opeens miste ik Cozy Powell ontzettend.

Koert Hoyng, Muziekkrant Oor 1.12.1982





GENADELOZE HARDROCK VAN RAINBOW
IMPONEERT ONDANKS VELE CLICHES

Als er een stroming binnen de popmuziek is waarin het woord vernieuwing taboe is, dan is het wel de hardrock, die al sinds jaar en dag een muzikale status quo handhaaft. Even onveranderlijk zijn er nog altijd horden mensen die er een genoegen in scheppen om zo hard mogelijk tegen deze betonnen muur te hoop te lopen. Dat bleek ook gisteravond weer tijdens het concert dat de Engelse formatie Rainbow in een uitverkochte Ahoy-hal gaf. Iemand uit het publiek vertrouwde mij toe dat deze groep door de die-hard 'hatbangers' te soft wordt bevonden. Niettemin waren er talloze stoere knapen in de zaal die zich vol overgave over hun imaginaire gitaar kromden om zo een mystieke eenheid met gitaarduivel Ritchie Blackmore te bewerkstelligen.

Met Roger Glover vormt Blackmore, die de groep in 1975 oprichtte, de kern van Rainbow. Beiden maakten ooit deel uit van Deep Purple, dat al sinds mensenheugenis Veronica's Top Honderd Aller Tijden aanvoert met de primal scream van Child out of Time. Sinds de elpee Difficult to cure uit 1981 neemt Joe Lynn Turner de vocalen voor zijn rekening. Het repertoire bestond gisteren uit werk van deze en hun meest recente elpee Straight between the Eyes. Toen de groep, na Land of Hope and Glory dat als ouverture diende, het podium betrad, daalden de ogen die de hoes van laatstgenoemde elpee sieren monsterachtig vergroot uit de nok van de zaal neer en zochten met spots op de plaats van de pupillen de rijen van het publiek af. Het kan verbeelding zijn maar het leek of het wit van de ogen naarmate de avond vorderde steeds meer bloeddoorlopen raakte. De muziek van Rainbow, die verre wortels in de rhythm & blues en flower-power pop heeft, stond overigens, niet tegenstaande de vele cliches in haar structuur, als een huis en liep als een trein.

De genadeloos bonkende drums en bas riepen in nummers als Miss mistreated en Power te zamen met de demonische orgel klanken van Rosenthal en het uitzinnige gitaarspel van Blackmore het stripbeeld op van een uit de hel losgebroken colonne motoren die de nacht aan flarden rijdt. Daarnaast wist zanger Lynn Turner zelfs Russ Ballard's I surrender van de nodige dramatische lyriek te voorzien.

Helaas gooide de groep tegen bet einde de eigen glazen in door zich over te geven aan solistische dikdoenerij tijdens een genante uitvoering van Beethovens Negende. Alle Menschen werden Bruder, of zij willen of niet. Long live rock'n'roll klonk daarna nogal hypocriet, want het is precies dat soort fratsen dat deze kunstvorm de das om kan doen.

Roel Bentz van den Berg, NRC Handelsblad 17.11.1982





RAINBOW LOERT OP FANS


Rainbow, de hardrockgroep van Ritchie Blackmore, kan nog steeds verrassen. Niet muzikaal, bleek gisteravond in een bijna uitverkocht Ahoy' weer eens, maar wel door allerlei instrumentale krachttoeren; trucjes die er bij de trouwe achterban nog steeds ingaan als zoete koek.

"Straight between the eyes" heet de jongste elpee van de zeven jaar bestaande formatie van de ooit bij Deep Purple doorgebroken gitaarheilige Blackmore. Om die concertbepalende boodschap ook nog eens reusachtige ogen, die als wendbare schijnwerpers regelmatig fel op de hossende zaal werden gericht. Een geslaagde (kostbare) stunt, vooral omdat het geloer door matig gebruik geen eigen leven ging leiden.

Niettemin toch een afleidingsmanoevre, net als de lange soli van de nieuwe toetsenist David Rosenthal en de vorig jaar voor Cozy Powell in de plaats gekomen drummer Bobby Rondinelli.

Die twee egotripjes hadden tot gevolg dat het pittig begonnen optreden (bij het derde nummer "I Surrender" bereikte het zevenduizendkoppige publiek al het kookpunt) veel van zijn opgebouwde spanning verloor. De toegiftenreeks ("Weiss Heim", "Smoke on the water" en "Long live rock'n'roll") daarna kon niet helemaal terugbrengen, omdat uitgevoerde nummers waren ingekort en het Rainbow vijftal, deze toernee versterkt met twee onhoorbare achtergrondzangeressen, de fans tussendoor veel te lang lieten wachten.

Traditiegetrouw sloeg Ritchie Blackmore aan het slot met veel omhaal zijn gitaar (natuurlijk een gammele kopie van zijn Fender Stratocaster) aan flarden. Daarmee werd de afdeling van het experimentele pad, dat Rainbow altijd al zoveel mogelijk heeft gemeden, nog eens onderstreept. Want, ondanks Blackmore's soms (te) fraaie techniek en agressieve beulswerk van zanger Joe Lynn Turner, een soort zingende "Conan de Barbaar", blijft Rainbow een hardrockgroep die op zijn naam en routine drijft.

Louis du Moulin, Het Vrije Volk - 17.11.1982





RAINBOW VERVLAKT


Is hardrock inderdaad pas hardrock als er dusdanig wordt gespeeld dat de muziek zo erg vervormd en schel klinkt dat veel van de muzikale foefjes en grapjes absoluut niet overkomen? Zo ja dan heeft het dinsdagavond in Ahoy' optredende Rainbow een 'geslaagd' concert verzorgd.

De koers van Rainbow is het afgelopen jaar in niet geringe mate gewijzigd. Bevatte het concert van zo'n anderhalf jaar geleden nog veel symfonisch aandoende intermezzi, die hier en daar aan Rush deden denken, tegenwoordig lijkt Rainbow meer de kant van AC/DC en Motorhead op te gaan, met alle gevolgen van dien.

Nadat het op band gezette 'Land of hope and glory' alle aandacht opeiste van het elkaar met bierblikjes bekogelende publiek, begon de groep het concert omgeven door een dicht rookgordijn en het nodige vuurwerk en met boven zich twee grote, felgekleurde, licht uitstortende ogen, die 'verwezen' naar de titel van Rainbow's jongste elpee, 'Straight between the eyes'.

Het waren echter de enige verrassende momenten van een avond die vooral door monotonie werd beheerst. Het enorme gemis aan variatie, toch al niet de sterkste zijde van de hardrock brak de groep al snel op. Ook leider Blackmore - nog steeds niet geheel verlost van zijn Deep Purple verleden - wist daar maar weinig verandering in te brengen. Zijn diverse soli stelden technisch overigens niet zoveel voor dat de bijna hysterische reacties daarop terecht waren.

De arrangementen van veel nummers herbergen zeker enige opmerkelijke muzikale grapjes, maar door de al eerder gesignaleerde snelheid kwamen die er op enige uitzonderingen na absoluut niet uit.

Het klassieke introotje van 'Surrender' en 'The Floridan child in time' zetten wat dat betreft te weinig zoden aan de dijk. Tot de toevoeging van de twee achtergrondzangeressen zal ongetwijfeld in een toestand van volledige verstandsverbijstering zijn besloten, want zij waren geen enkel moment te horen. Rainbow, dat de lang de naam heeft gehad behalve de vorm ook aan de inhoud de nodige zorg te besteden heeft wat de vorm betreft zijn taak schromelijk verzaakt. Van deze groep met zijn rijke verleden mag zeker wat meer worden verwacht dan het goedkoop appelleren aan de meest elementaire dreunen en stampinstincten van de fans.

Aernoud Oosterholt, Haagsche Courant - 17.11.1982





RAINBOW - AHOY


Ter ere van een Europese tournee landde de amerikaanse formatie The Ritchie Blackmore Group, of te wel Rainbow voor de tweede keer in hetzelfde aantal navolgende jaren in het Rotterdamse Ahoy complex. Omdat Girlschool verleden jaar bij het Rush publiek geen succes had, kregen ze een herkansing door voor Rainbow te mogen openen.

Deze keer was het niet veel beter, maar driemaal is scheepsrecht zal men waarschijnlijk wel denken. (Wat niet te hopen is). Misschien dat ze in het voorprogramma van de Dolly Dots meer tot hun recht komen, want op de gitariste Kelly Johnson na hebben de 'schoolmeisjes' net zoveel muzikale klasse in huis als de popperige puntjes. Denise Dufort zat te meppen alsof ze matten aan het kloppen was, de nieuwe bassiste Gil Weston freakte vaak helemaal uit de maat en wanneer de slaggitariste Kim McAuliffe geen akkoordje aansloeg, blèrde ze als een viswijf uit Coronation Street.

Voor de statestiekelingen kan ik nog dit vermelden: de bekendere nummers die ze speelden waren: "Screaming blue murder", "Kick it down", "Hit and run", "Race with the devil", "Future flash", "Tush", "Emergency" en "Take it all away". Als er weer een topgroep naar Nederland komt, zal het leuker zijn wanneer er een minder bekende band met meer kwaliteiten als support-act fungeert! (Een goed voorbeeld was Gamma bij Foreigner verleden jaar).

Toen het "Land of hope and glory" door de sporthal galmde wisten we dat het tijd was voor de genoemde 'top-act'. Judy Garland was weer eens de weg kwijtgeraakt en net zoals het jaar ervoor opende Rainbow met een gitaarsolo en de rocker "Spotlight kid". Het optreden werd vervolgd met "Miss mistreated", een large uitvoering van "I surrender", het instrumentale bluesje dat ook op de live elpee 'On stage' staat en het snelle "Can't happen here". Vrijwel alle navolgende nummers werden ingeleid en/of afgewerkt met een of andere solo (ouwe Ritchie bewees dat hij niet behoeft te worden afgeschreven). Zo kregen we een schitterende uitvoering van "Tearing out my heart" met een tempoversnelling, "All night long" begon met een gitaarsolo. "Stone cold" met een keyboardsolo waarin een "Child in time" deuntje was verpakt en "Power" startte met een solo van beiden.

Na een met Turkse akkoorden bereide instrumentale versie van "Eyes of fire", haalde Rainbow nog even de negende symphonie van Beethoven uit de kast, welke werd opgesierd met in het midden een bass- en een te lange keyboardsolo en op het einde een scheurende gitaar- en een indrukwekkende drumsolo (die Rondinelli behoort nu zeker bij de hoofdklasse).

en finishte met de meezinger "Long live rock'n'roll", waarin een surprise zat in de vorm van de Hendrix klassieker "Hey Joe". Het toetje bestond uit respectievelijk het instrumentale werkstuk "Vielleicht der nächste Zeit", het volksliedje "Rule Brittania" en een korte uitvoering van "Smoke on the water". Natuurlijk moest Ritchie nog even terugkomen voor het voorspelbare spelletje gitaarverhalen en dat deed hij dan ook onder een solo, die van "Kill the King" af kwam.

Na een laatste stukje "Long live rock'n'roll" was het ruim honderd minuten durende concert afgelopen en konden we meezingend met Judy Garland's "Somewhere over the Rainbow" de zaal verlaten. Resumerend kan ik nog vermelden, dat hoewel er geen songs van de eerste drie elpees werden gespeeld en er twee dames op de achtergrond mee zaten te zingen, het concert vanwege het vakmanschap van de heren muzikanten toch was geslaagd. De uitvoering van de nummers was veel heavier dan op de teleurstellende platen, het geluid op zich was goed en de stage-act was weer fraai. (Men had o.a. twee grote aan een metalen constructie opgehangen ogen, die al draaiend licht verspreidden).

Het wordt tijd dat Rainbow opnieuw een dubbel live elpee uit gaat brengen. (En misschien gebeurt dat ook wel binnenkort). Aanvankelijk zou ik een interview met Roger Glover doen maar omdat ik op het openbaar vervoer aangewezen was en ik mijn laatste trein moest halen, vond ik onze goede vriend Dick Stam bereid het interview van mij over te nemen.

Rob van der Veer, Aardschok - december 1982